Preek 17/18 oktober 2026

20 oktober 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 17/18  oktober 2026

 29ste zondag door het jaar. Wereldmissiedag.[1]

foto: Romeinse munt, eerste eeuw, met de afbeelding van keizer Tiberius (14 tot 37 na Christus)

 

Grote namen kinken vandaag:

Cyrus, de machtige Perzische heerser uit de zesde eeuw voor Christus. Hij deed wat niemand had kunnen voorspellen: hij gaf de joden na decennia ballingschap hun vrijheid terug. Hij liet de verwoeste tempel in Jeruzalem op rijkskosten weer opbouwen. De profeet Jesaja zegt: zo soeverein boven alle aardse machten verheven is God, die zelfs machtige heidense heersers aanzet tot het doen van zijn wil. De machtige Cyrus als loopjongen van de eeuwige God van Israël!
En dan de Romeinse keizer. Jezus werd geboren onder keizer Augustus en in zijn volwassen leven was Tiberius keizer.

 “Van wie is is deze afbeelding en het opschrift?”
Op de munten in Jezus’ tijd was de keizer afgebeeld. Hij werd als een god vereerd. Het volk van Jezus vond deze verering van een sterfelijk mens weerzinwekkend. Het is een belediging van de ene God en een aanfluiting voor de menselijke waardigheid als mensen een vorst, een president, een politieke leider gaan vereren. En toch gebeurde het in Jezus’ tijd en ook in ons tijd zien we het weer, tot onze afschuw.

Mag je als rechtzinnig joods gelovige aan zo’n keizer, die het land van Jezus had onderworpen en geknecht, belasting betalen?
De Herodianen, leden van de partij van koning Herodes, de zetbaas van de Romeinen, een mee-loper, vonden van wél. Je moest je gewoon aanpassen aan de wereld, aan het regime, ook al was je gelovig.
De Farizeeën, zeer gelovige joden, die er bij ons en in het evangelie soms niet zo goed van af komen maar in wezen heel toegewijde gelovigen waren, wilden geen belasting betalen aan de onderdrukkende Romeinse heerschappij.

De vraag is nu: waar staat Jezus?
En: waar staan zijn volgelingen, wij dus?
Wij hoorden het: Jezus gaat niet zomaar mee in deze richtingenstrijd en graaft een laag dieper.
“Van wie is deze afbeelding en het opschrift…Geef aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”

Het kan niet anders of de onderworpen Joden toen, en wij nu, wij allen moeten leven in deze wereld, belasting betalen, de wet gehoorzamen.
De kerk heeft dat altijd willen doen, op uitzonderingen na, wanneer de staat onmenselijke, amorele wetten invoert. Die zou je niet moeten gehoorzamen.
Jezus leeft ín deze wereld. Hij is niet ván de wereld.  En zo zou het met ons moeten zijn. Wij zouden ons niet moeten laten meesleuren door deze wereld, maar wij kunnen en mogen er ook niet van vluchten.
Geef dus de keizer maar zijn belasting, maar geef aan God wat van God is.

Op de eerste bladzijde van de bijbel lezen wij wat van God is:
dat God de mens naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen. Hij heeft zijn beeld, zijn eeuwige wezen in ons gedrukt, in ons hart en onze ziel. Dat blijft van God, dat mag je niet weggeven, ontrouw zijn.
Wij zijn niet van de staat, niet van deze wereld, wij zijn geen bezit van enig mens; ook de kinderen zijn niet het bezit van hun ouders, ja, wij zijn niet van onszelf. De menselijke autonomie kent een grens. Wij kunnen niet beschikken over leven en sterven.
Je moet je ziel aan geen enkele ideologie, denkstelsel of partij verkopen, je menselijkheid, je menselijke waardigheid en die van anderen niet te grabbel gooien.

Leven in deze wereld, zonder haar bezit te zijn. Leven als beeld van God, op Hem gelijkend.
De apostel Paulus helpt ons vandaag om dit in praktijk te brengen.  Hij vat het profiel van zijn gelovigen, levend in onze wereld, samen:
het werk van uw geloof,
de inspanning van uw liefde
en de standvastigheid van uw hoop op Christus.
Het geloof als een werk, een dagelijkse opgave, waaraan we moeten werken;
de liefde die meer is dan een gevoel, zij is een inspanning, een focus op God en je naaste.
En dan de hoop, meer dan ooit belangrijk in onze dagen. de hoop vraagt standvastigheid, juist ook als de stormen van deze tijd opsteken.
Niet zomaar hoop, zij is gericht op Christus.
Zijn standvastigheid tot in het lijden en sterven bewaren en met Hem opstaan tot nieuw leven.
Zo kunnen we beeld van God zijn en steeds meer gelijken op zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.
Hem alleen zij lof en eer.

Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

[1] Jesaja 45, 1.4-6; 1 Tessalonicenzen 1, 1-5b; Matteüs 22, 15-21

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!