Preek 4/5 juli 2026

6 juli 2026

Verkondiging in de sint Jansbasiliek, 4/5 juli 2026

Veertiende zondag door het jaar[1]

Fresco van Giotto di Bondone (1267-1337) uit de serie over het leven van Jezus.
Te bewonderen in de Arenakapel van Padua (Italië)

 

Steeds opnieuw en juist in dagen van beroering en tegenwind, nodigt Jezus ons uit terug te keren naar Hem, naar zijn zachtmoedigheid, zijn nederigheid, die Hem ertoe zal brengen gezeten op een ezel zijn stad Jeruzalem binnen te gaan. Niet te paard, om zich te verdedigen tegen zijn tegenstanders, maar op een ezelsveulen, waar niemand ooit heeft opgezeten.

Als jongen van 17 jaar woonde ik samen met mijn moeder de laatste heilige Mis bij in de kerk van Onze Lieve Vrouwe van de heilige Rozenkrans, beter bekend als de Spaarnekerk, vernoemd naar de Haarlemse rivier waarin zij zich bijna een eeuw had weerspiegeld. Zij was de kerk van de jeugd van mijn moeder. Zij was aangedaan dat deze vriendelijke, ranke, neogotische tempel moest sluiten. Sinds 1960 was het aantal kerkgangers aldaar drastisch afgenomen. Die laatste Mis vond plaats op een stralende zomer-zondag, begin juli, een dag als vandaag.

De eerste lezing van vandaag, uit de profeet Zacharia, rukt mij weg uit het heden en brengt mij terug naar die julizondag in 1975. De stemming was bedrukt, de zon scheen overvloedig alsof het een feestdag was. En zo klonk het die dag ook: “Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem. Zie uw koning komt tot U.”
De liturgie is onverbiddelijk: hoe wij ons ook voelen, zij vertelt haar onveranderlijke verhaal van vreugde en hoop. Wat wij ook meemaken aan overvloed of verlies, zij heft ons bedroefde gezicht op naar de toekomst, die vandaag begint.

De profeet Zacharia leefde en schreef in een tijd van stellige, hoge  verwachtingen van een nieuwe koninkrijk, dat God zal stichten. Hij schetst voor de geloofsgemeenschap een hoopvol beeld van de toekomst. Na alle heersers met hun paarden, hun grote monden, hun keiharde maatregelen, is daar de koning naar Gods hart, rechtvaardig, rijdend op een ezelsveulen. Zonder die profetische hoop en verwachting lopen de kerk en de wereld vast in hun doemscenario’s.

U merkt het wel: die laatste Mis met die eerste lezing heeft grote indruk gemaakt op de zeventienjarige Haarlemse jongen die ik was, die relatief graag en trouw naar de kerk ging en toen al hield van hoge, neo-gotische kerkgewelven, ook al was dit speciale gewelf gedoemd tot afbraak.
Die lezing uit de profeet Zacharia is mij bijgebleven en spoort mij en u nog steeds aan moed te houden, omhoog te kijken, te geloven dat de Heer zijn kerk niet in de steek laat, maar tot ons komt: “deemoedig en rijdend op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.”
In die tijd reed men alleen maar op paarden in tijden van oorlog.
De vastberaden en toch nederige ezel was het lastdier voor vredestijd.

In welke tijd of omstandigheid de kerk ook verkeert, zij is onderweg naar de ontmoeting met de Heer. Zoals wij vandaag. Hij spreekt zijn woord tot u en mij en wil ons tegemoetkomen in de eucharistie, in de heilige Communie.

Zoals ik als 17-jarige al meekreeg: de kerk heeft het moeilijk in onze tijd. En zo is het gebleven. Wie alleen maar naar de statistieken kijkt zou kunnen menen dat het een aflopende zaak is. Zoals het was in de tijd van Zacharia. Maar een kleine geloofsgemeenschap was teruggekeerd uit de ballingschap. De meeste gelovigen hadden zich helemaal aangepast aan een niet gelovige cultuur. Maar deze weinige gelovigen bouwden tegen de stroom in iets nieuws op.

Nog steeds heeft de kerk het moeilijk. Ook deze week weer. De traditionalistische gelovigen die de veranderingen van  het laatste Concilie niet kunnen accepteren (de Pius X- broederschap) zijn hun eigen weg gegaan, losgemaakt van de wereldkerk, van de paus. Of zoals Leo het schreef: het kleed van de kerk, als één stuk geweven, kan scheuren. We zouden in deze dagen moeten bidden voor de eenheid van de kerk.

“Komt allen tot Mij, allen die zwoegt en onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust schenken.” Jezus spreekt deze prachtige woorden, nadat Hij veel weerstand en afwijzing heeft ondervonden in de steden van zijn jeugd, in Galilea. Hij had er bitter van kunnen worden. Maar Hij wijst in alle beroering van zijn geloofsgemeenschap naar zijn Persoon. Steeds opnieuw en juist in dagen van beroering en tegenwind, toen in 1975 en nu in 2026, nodigt Jezus ons uit terug te keren naar Hem, naar zijn zachtmoedigheid, zijn nederigheid, die Hem ertoe zal brengen gezeten op een ezel zijn stad Jeruzalem binnen te gaan. Niet te paard, om zich te verdedigen tegen zijn tegenstanders, maar op een ezelsveulen, waar niemand ooit heeft opgezeten.[2] De machtigen van zijn tijd dachten daar niet aan, de machtigen van onze tijd, ook de binnenkerkelijke partijden denken er te laat aan ook zachtmoedig en nederig te zijn en houden hoog te paard, onbeweeglijk vast aan hun eigen standpunten.

Mogen wij in onze harde tijden de zachtmoedigheid en de nederigheid van Jezus herontdekken en mogen wij allen rust vinden voor onze zielen. Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] Zacharia 9, 9-10; Romeinenbrief 8,9.11-13; Mattheus 11, 25-30

[2] Marcus 11, 2

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!