Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 12/13 september 2026
24ste zondag door het jaar.[1]
Af en toe lees ik wel eens een min of meer geleerd bijbelcommentaar. Dat doe ik vooral voor u: opdat u niet alleen met mijn gedachten wordt geconfronteerd op zondagmorgen maar ook met die van andere predikanten en bijbellezers. Het commentaar dat ik dezer dagen las is van mening dat ons evangelie van vandaag een uitleg is van het Onze Vader, en dan vooral van die ene zin: “Vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.” Als je over die zin nadenkt en de consequenties van deze bede overziet, dan zou je die nauwelijks meer hardop durven uitspreken. Wanneer wij dit zeggen gaan we ervan uit dat wij onze schuldenaars al hebben vergeven.
Vergeven is iets moeilijks.
Deze week las ik dat pater Robert Prevost, de latere paus Leo XIV, die in het jaar 2001 overste was van de Amerikaanse paters en broeders augustijnen, na de aanslagen van 11 september 2001, aan zijn broeders en andere medegelovigen schreef, dat het Amerikaanse volk en zijn regering beter niet de weg moesten inslaan naar wraak en vergelding, maar naar onderzoek hoe het kon gebeuren dat buitenstaanders zo’n haat koesterden tegen zijn land; dat de Amerikaanse regering en volk beter het gesprek konden zoeken dan de vergelding. Wij weten dat zijn regering dit advies in de wind heeft geslagen en voor de wraak en de vergelding heeft gekozen. Overigens in zekere mate begrijpelijk. Maar ook (wij hebben het gedurende 25 jaar ondervonden) weinig vruchtbaar.
Een uitleg dus van het Onze Vader.
Datzelfde commentaar meent ook: dit evangelie laat zien dat wij de bijna onbegrijpelijke goddelijke barmhartigheid moeten navolgen. Er is echter één ‘maar’: Gods barmhartigheid kent een grens.
Maar eerst: zij lijkt wel onbegrensd. Die man in het evangelie is zijn heer, de koning, 10.000 talenten schuldig. Eén talent is een enorm vermogen, waarvan je zou kunnen rentenieren. Maar hier gaat het om 10.000, ontelbaar vele talenten.
Wat gebeurt er?
De schuldenaar zou alles moeten verkopen, vrouw en kinderen inbegrepen. Maar integendeel, hij hoeft maar op zijn knieën te vallen en eenmaal te smeken en alles wordt vergeven. Jezus zegt: zo is het koninkrijk der hemelen: grenzeloze vergeving. Dus niet alleen, zoals pater Prevost, de latere paus, voorstelde, een dialoog, een gesprek, een poging tot inzicht voordat de wapens eventueel gaan spreken. Maar zelfs een uitzicht op volkomen kwijtschelding, absolutie, vergeving. Als die andere partij tenminste tot het vragen van vergeving bereid zou zijn geweest.
Ik hoor u al denken: dat is allemaal een utopie. In de realpolitik van onze wereld gaat dat alles nooit gebeuren. Wie dagelijks en straks, het Onze Vader bidt in het Nederlands of in het Latijn (maakt niet uit): hij of zij moeten weten waar zij of hij aan begint. Dit gebed is niet vrijblijvend en vroom, het is een enorme opgave. Hier wordt gesmeekt om een wereld waar vergeven wordt, waar heel de last van menselijke schuld wordt kwijtgescholden.
Jezus mag het zeggen en van ons vragen, omdat Hij heel die last van de menselijke schuld op zijn schouders, naar Golgotha heeft gedragen, zijn bloed heeft vergoten tot vergeving van de zonden. Dat horen wij ook ook dadelijk weer tijdens de consecratie van de kelk: “dit is mijn Bloed dat voor u en voor velen/allen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.”
Maar zoals wij hoorden en ik al zei: er is een ‘maar.’
Dit leven in een wereld van vergeving gaat niet buiten u en mij om. Wij zijn nodig om vergeving te brengen op aarde. Wie ben ik, hoe leef ik, nu al mijn zonden zijn vergeven, al die tienduizend talenten, heel die ondraaglijke last.
Hierbij moet ik weer denken aan mensen die na drie jaar loodzware schuldsanering (eigen schuld, zeggen veel mensen) eindelijk bevrijd zijn van die jaren van op een houtje bijten, eindelijk de kans opnieuw te beginnen.
Zo iemand zei mij: het is alsof ik opnieuw geboren ben.
Pas op, zegt Jezus, voordat je het weet ben je het alweer vergeten, is jouw vrijheid, de jou geschonken kwijtschelding en vergeving gewoon geworden.
Mogen wij leven als vergeven mensen, die niet voor onszelf leven, die onze talenten ontwikkelen en inzetten voor vergeving en vrede.
Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Ecclesiasticus 27, 30-28,7; Romeinenbrief 14, 7-9; Matteüs 18, 21-35
























