Preek 2/3 mei 2026

5 mei 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 2/3 mei 2026

 vijfde zondag van Pasen.[1]

“De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is tot hoeksteen geworden,  en “een steen des aanstoots, een rots waarover zij struikelen.”

De apostel Petrus vergelijkt Jezus met een steen, die door de huizenbouwers is afgekeurd. Wie wel eens stratenmakers met stenen bezig ziet, weet hoe dat gaat. Een steen die niet wil passen in het patroon, wordt achteloos naar de kant gegooid.
Jezus paste voor de kleine bovenlaag van zijn volk, de hogepriesterlijke elite, niet in hun patroon. Hij werd verworpen, buitengeworpen, buiten de stad ter dood gebracht. ‘Weg met Hem.’ Zo gaat de wereld en soms ook de godsdienst om met mensen die niet passen in het gewenste patroon.

Jezus, de verworpen maar door God opgewekte Heer, horen wij vandaag tegen zijn apostel Filippus zeggen: “Wie Mij gezien heeft heeft de Vader gezien.” Wie de verborgen, onzichtbare God zoekt, moet kijken naar Jezus, die zichtbaar is geweest in deze wereld. Hij is als een steen weggegooid, niet passend in de patronen van de mensen. Zij maken liever een god op hun eigen maat, die zij kunnen aanroepen als de oppermacht die hun manier van leven, besturen en oorlog voeren goedkeurt. Een god op menselijke maat. Het gebeurt nog steeds. Onze paus, de plaatsbekleder van Christus, waarschuwt daarvoor. Betrek de ene, ware, onzichtbare God, die zichtbaar is op het gelaat van Jezus, die het geweld afwees en het liever onderging, niet in uw oorlogen, uw politiek. Dat is godslasterlijk.

Petrus zegt nog meer over stenen.
“Laat ook uzelf als levende stenen opbouwen tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt die welgevallig zijn aan God door Christus.”
In deze verkondiging van Petrus is Christus de hoeksteen, die alles en allen bijeenhoudt. Wij zijn op Hem gebouwd. Wij zijn de levende stenen. Als wij niet bijeen blijven stort het gebouw in. Dat is een groot gevaar van onze tijd van ontkerkelijking. De kerk is zo vaak als een steen verworpen, weggegooid – en soms begrijpelijk – dat er gaten vallen in het geestelijk huis dat wij vormen, veel lege plekken. Het is volgens Petrus niet vruchtbaar tegen de kerk aan te trappen. Je kunt beter je plaats innemen, een levende steen vormen, het soms tochtige, onvolmaakte, gebutste huis béter maken door er je plaats in te nemen. Het huis van de kerk is nog lang niet ideaal, maar door erbij te blijven of te komen kun je wel werken aan het ideaal, het huis van God, waarvan Christus de hoeksteen is. De mensen hebben Hem verworpen, maar de Vader heeft juist Hem uitgekozen. De Vader is meer bezig met de verworpen stenen in deze wereld dan met de stenen die zichzelf volmaakt vinden en alleen maar aan hun eigen patronen kunnen denken.

De levende stenen om het huis van Gods Kerk te bouwen. Jezus spreekt erover tijdens het laatste avondmaal, wanneer zijn apostelen sidderen om wat komen gaat. Het eerste woord van Jezus is dan: “Laat uw hart niet ontsteld, onrustig worden…In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven…Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.”

Voor ieder van ons is een plaats in de kerk. Paus Franciscus heeft dat meermalen gezegd en zijn opvolger zegt het hem na: ‘Todos, todos, todos.’
Allen zijn welkom. Ook de mensen die door sommigen als afgekeurde stenen worden weggekeken of nog erger. “In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven.”
Betekent dit dat het niet meer uitmaakt wie wij zijn en wat wij doen, hoe wij leven?
Verre daarvan. Wel betekent het dat niemand zich beter, volmaakter mag achten dan anderen, die niet in hun denkpatroon vallen. Allen moeten wij het nog leren om volgeling van Jezus te zijn. Wie denkt er te zijn is nog maar een beginneling.

Vorige week, op Roepingenzondag, sprak ik tijdens de preek over de grote idealen van de sacramenten die wij vieren: de wijding en het huwelijk. Wat ik toen niet heb gezegd, maar nu wel: ook wie deze idealen niet helemaal haalt, of bij wie het niet gelukt is, is evenzeer geliefd, de moeite waard.

Niemand van ons heeft de eindstreep al behaald. “Wie staat, zie toe dat hij/zij niet valle.”[2] Dat geldt juist ook voor degenen die van zichzelf menen dat zij volgens het ideaal leven. Niemand van ons staat boven de Meester, Christus.

Eenmaal was Hij afgekeurd, als een steen langs de kant van de weg gegooid, maar God heeft Hem opgeraapt en als een hoeksteen van een geheel nieuw gebouw gemaakt, waarvan wij de levende stenen zijn, op Hem gebouwd.

Laten wij bij Hem blijven en met allen een gemeenschap vormen, de gaten van ons gebrekkig bestaan dichten en iedereen een onderdak gunnen, in het huis van de Vader waar vele verblijven zijn. Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] Handelingen 6, 1-7; 1Petrus 2, 4-9; Johannes 14, 1-12

[2] 1Kor. 10,12

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!