Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, Kerkwijding
zondag 25 oktober 2026[1]
“Een huis van gebed voor alle volken.”
Bij monde van de profeet Jesaja zet de Heer zijn huis, zijn tempel wijd open voor alle volken. Onze God is geen belangenbehartiger van één volk, één stam, één natie, maar Hij gaat alle grenzen te boven.
Dat valt ons niet altijd mee. Wij zijn gehecht aan de mensen zoals wij, aan de eigen cultuur, het eigen dorp. Als het daar veilig en vertrouwd is, dan kunnen we het leven aan. Maar de Heer is niet eenkennig. Daar hebben de Joden, de Israëlieten aan moeten wennen: dat ook de vreemdelingen zich kunnen aansluiten bij de vriendschap, het verbond met God en zijn volk; dat wij niet geroepen zijn een gated community te vormen, maar een huis van gebed te worden voor allen.
Ook de Katholieke Kerk waartoe de meesten van ons behoren is een huis van gebed voor alle volken. Wat is dat toch een wonder dat onze kerk bestaat, die alle grenzen overstijgt. Deze zomer mocht ik het weer ondervinden tijdens mijn reis door Ethiopië. Je sluit zomaar aan, we delen hetzelfde geloof, dezelfde sacramenten, dezelfde broeder- en zusterschap met Jezus Christus, kinderen van de ene Vader.
Wat is nu de kerk?
Volgens Petrus: een metselwerk, of, iets moderner uitgedrukt, een netwerk van levende stenen, levende mensen. Hij spreekt niet op de eerste plaats over een stenen gebouw, zoals dat waar wij hier samenkomen. Wij die hier zitten en staan, in het schip en op het priesterkoor, zijn de kerk, de levende stenen die dit gebouw dragen, nadat vorige generaties, onze geestelijke voorouders en van sommige zelfs de biologische voorouders, deze kerk letterlijk hebben gebouwd, dit enorme Hollandse metselwerk.
Eerst zijn er de mensen, de gelovigen, de levende stenen, daarna pas het stenen huis van God, dat hier ruim 100 jaar geleden is opgericht.
Vandaag vieren wij de verjaardag van de wijding van deze kerk, op 28 oktober 1925 verricht in een urenlange plechtigheid door de toenmalige aartsbisschop van Utrecht, waaronder Laren toen viel, mgr. Van de Wetering. Een harde werker voor de goede zaak van het evangelie, een stevige man, klein van stuk. In de gang van de pastorie hangt een grote foto: de aartsbisschop, enigszins neergedrukt door zware gewaden, die voor het eerst de kerk binnenloopt om de wijding te gaan verrichten.
Het evangelie vertelt het verhaal van een man, ook klein van stuk, maar die de goede zaak van het geloof uit het oog verloren heeft.
Hij is zo klein dat hij een hoge positie kiest. Vanuit de verte, vanuit de hoogte meent hij Jezus te kunnen zien. Hij stelt zich op als toeschouwer.
Hij is nieuwsgierig naar Jezus maar wil Hem niet echt ontmoeten, want dan zou hij moeten veranderen, op zijn schreden moeten terugkeren, deze aartstollenaar, die mensen het vel over de oren haalt.
Op afstand blijven. Velen doen dat, wij misschien soms ook. Dat is comfortabel, want dan hoef je je niet te engageren, je te geven, jezelf op het spel te zetten.
De prijs echter van de afstand is eenzaamheid, isolement.
Hoe kon Zacheüs in zijn eenzame, zwaarbewaakte huis nu eigenlijk genieten van al zijn welstand?
Vanuit zijn verheven positie kijkt hij naar beneden.
Jezus, de Verhevene, de Zoon van God die naar onze aarde is neergedaald, kijkt omhoog en nodigt de eenzame, schuldige Zacheüs uit naar beneden te komen.
Nee, het staat er veel spannender en boeiender: “Zacheüs, klim vlug naar beneden.”
Wat is dat nu? O, wat is dit mooi vertaald. Klimmen doe je toch wanneer je omhoog gaat? Klimmen betekent letterlijk: “met inspanning naar een hogere plaats gaan of omhooggaan”
Bij Jezus betekent klimmen: afdalen, met beide benen op de aarde leven, jezelf niet verheffen, niet op afstand blijven, maar de ontmoeting aangaan, je bekeren tot God en de ander. ‘Klim naar beneden’, dan zul je eindelijk je ware hoogte, waardigheid, menselijkheid bereiken.
Jezus is te gast in het huis van de zondaar, de afperser. De mensen schudden hun hoofd: “Jezus is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen.”
Zo doet Jezus het ons voor. Hij loopt niet de recepties en diners af van de zich rechtvaardig noemende burgerij.
Hij is juist voor hen gekomen die zichzelf niet kunnen redden, verlossen uit hun moeilijke, zondige verleden.
“Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen.”
De kerk wil dat wij dit evangelie horen op het feest van Kerkwijding.
Dit is een huis om heil te vinden, redding te vinden, verlossing, een huis waarin de afstand wordt overbrugd tussen mijzelf en Jezus, waar Hij bij ieder van ons te gast wil zijn. Uit welke cultuur, volk, groep wij ook komen.
Misschien is in onze gepolariseerde tijden langzamerhand de kerk nog wel het enige huis waar mensen uit verschillende bubbels elkaar treffen. Niet omdat wij elkaar zoeken, maar omdat Jezus ons zoekt en samenbrengt in dit huis dat onze voorouders hebben gebouwd en dat wij in stand mogen houden.
Hij is in ons huis te gast. Vervolgens mogen wij gastvrij zijn, niet bang voor de ontmoeting met Jezus, met God, niet bang voor elkaar, de vreemde ander.
In onze straten waar vele camera’s hangen en alarminstallaties aanstaan uit angst voor de onverwachte, vreemde ander, staat dit huis zo vaak mogelijk open. Mogen wij tot in lengte van jaren in dit gewijde huis God en elkaar vinden.
De Mensenzoon is immers gekomen om ons te zoeken en te redden.
Hem zij alle lof en eer in eeuwigheid.
Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Jesaja 56, 6-7; 1Petrus 2, 4-9; Lucas 19, 1-10
























