Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 30/31 mei 2026,
Hoogfeest Allerheiligste Drieëenheid[1]
“Hoe kijk je terug?”
Deze vraag komt wel eens op bij het bezoek aan een zieke die onder ogen ziet dat hij of zij aan het einde gekomen is van zijn aardse bestaan.
Zo’n gesprek, meestal gevoerd met niet meer woorden dan noodzakelijk, is vaak gemengd van stemming. Er is meestal veel om dankbaar voor te zijn: de levenspartner, de liefde, de kinderen en kleinkinderen. Soms is er ook de pijn om wat niet gelukt is, de onmacht of het tekortschieten in de liefde.
Vaak geeft zo’n gesprek enige rust en innerlijke vrede, niet zelden bezegeld met de ziekenzalving. Alsof je een bladzijde om kunt slaan of het boek langzaam kunt sluiten.
Vorige zondag sloten wij de paastijd af met het Pinksterfeest.
Het liturgische boek van de grootste feesttijd van de kerk hebben wij gesloten, het doopwater bracht de koster naar de doopkapel evenals de gedoofde paaskaars, die weer aangestoken wordt bij elke doopviering en elke uitvaart.
Een afsluiting die tegelijk een nieuw begin is. Wij leven van wat de verrezen Jezus ons als nalatenschap heeft gegeven: zijn Geest, de Heilige Geest die neerdaalde over Maria en de apostelen, over ons, over de verrassend vele gelovigen die het Pinksterfeest hier kwamen vieren. De Heilige Geest vuurt ons aan een levende gemeenschap te zijn. Wij gaan daardoor gedreven onderweg naar ons patroonsfeest van Sint Jan. Over drie weken is het al zover.
Hoe kijk je terug?
Het hoogfeest van de allerheiligste Drie-eenheid, gevierd op deze zondag na Pinksteren, is een laatste terugblik op de paastijd. Met verwondering herinneren wij ons hoe God, die wij niet kunnen zien en over Wie wij alleen maar in beelden kunnen spreken, Zich aan ons heeft geopenbaard.
Een geleerde professor doceerde ons, theologie- en priesterstudenten, ooit dat wij God niet kunnen kennen zoals Hij in Zichzelf is. Wij kennen Hem alleen door zijn handelen, zijn grote daden.
Je zou dat misschien ook wel over mensen kunnen zeggen. Wie kent de ander, ja wie kent de diepte van zichzelf helemaal?
Hoe goed je iemand ook meent te kennen, hij of zij kan je soms verassen door een uitspraak of een daad die je nooit had verwacht of zien aankomen, tot grote verwondering en blijdschap of tot diepe teleurstelling stemmend.
Wij kennen God alleen maar zoals Hij Zich heeft laten zien in de geschiedenis. Te beginnen in het eerste of oude testament. Wij hoorden het in de eerste lezing. Mozes, de leider van het uit Egypte bevrijde volk, gaat de berg Sinaï op om opnieuw, na het grote debacle van het gouden kalf, de Tora, Gods Wet te ontvangen. Hij hoort daarboven iets over het wezen van God.
De Heer roept zijn Naam uit. “De Heer is een barmhartige en medelijdende God, geduldig, groot in liefde en trouw.” Wij horen hoe God is. Geen potentaat die zijn mensen doet sidderen, maar een God van mensen, barmhartig, medelijdend.
Je kunt dus niet van álles over God zeggen. Hij is een zeer bepaalde, specifieke God. Geen vage macht, geen noodlot, maar een barmhartige God. Geen god van het gouden kalf, de mensen-verslindende rijkdom en macht, die alles onder dwang naar zijn hand wil zetten.
Hoe kijk je terug?
Wij zien en denken terug aan deze God die zo barmhartig en medelijdend was met mensen, dat Hij Zelf mens werd.
Jezus zegt het ons in die ene monumentale zin:
“Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.”
God is een Vader die ons zijn Zoon geeft, afdaalt naar deze door afgoden bezeten wereld, naar mensen die zichzelf soms als god gedragen en alles en iedereen naar hun hand pogen te zetten.
“Opdat ieder die gelooft in Hem, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.”
Troostende woorden, moed gevende woorden, die aan menig sterfbed klinken. Wij zijn niet verloren in deze soms goddeloze of afgodische wereld. Jezus heeft alle goddelijke machten van deze wereld verslagen op het Kruis, omdat Hij deze wereld en iedere mens liefhad.
Daar gaf Hij de geest.
De drie-ene God is geen gevoel, geen anoniem geestelijke krachtbron. Hij is in déze mens, Jezus, met heel zijn godheid aanwezig. Hij heeft ons zijn Heilige Geest nagelaten.
Zo kijken wij terug en brengen wij dank aan die ene barmhartige, medelijdende God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Exodus 34, 4b-6.9-9; 2 Korintiërs 13, 11-13; Johannes 3, 16-18























