Verkondiging in de Sint Jansbasiliek
Paaszondag, 5 april 2026[1]
Vroeger waren tallozen van ons, zoals wij hier deze Paasmorgen in deze basiliek samen zijn, vanzelfsprekend katholiek, als klein kind gedoopt, eerste communie gedaan, gevormd. En daarna?
Voor velen was het heilig Vormsel het sacrament van het afscheid. Dan had je alles gedaan wat je ouders van je vroegen.
In een niet al te ver verleden hoorde je als vanzelf bij de kerk.
Dat was de norm.
Toen kwam er een andere norm: die van de kerk de rug toekeren, met veel bombarie of in stilte de deur achter je dicht doen. Er zijn mensen die een zekere weemoed koesteren. Er zijn ook mensen die daarmee koketteren. ‘Ik ben het van huis uit, maar u begrijpt wel, ik kom niet meer of bijna niet meer.’
Nu beleven wij een andere tijd. Het is de tijd van volstrekte godsdienstvrijheid. Je wordt niet meer gedwongen, je hoeft niet meer omwille van de goede vrede in het gezin naar de kerk.
En, je hoeft je er niet meer voor te schamen om katholiek, christen te worden. Steeds meer mensen melden zich zomaar bij de kerk, nieuwsgierig, geïnteresseerd. Gisteravond werden tijdens de Paaswake drie volwassenen gedoopt. Volgende week zondag worden zij en zeven andere jong-volwassenen, twintigers, gevormd. Zomaar melden zij zich aan en gaan een maandenlang traject aan van voorbereiding, catechese, vrolijke en diepgaande gesprekken. Ik vind het heerlijk. Mensen die niet belast door enig verleden kiezen voor God, voor Jezus Christus en zijn kerkgemeenschap.
Wat voor kerk treffen zij aan?
Kunnen wij met hen overweg? Zullen wij hen een goede plek kunnen bieden, hen vasthouden? Zijn wij bereid met hen – zonder opdringerigheid en zonder complexen – in gesprek te gaan?
Een mooie en belangrijke opdracht. Zelf had ik dit pak weg tien jaar geleden niet zien aankomen, dat deze kleine maar betekenisvolle aanwas zou komen. Van harte hoop ik dat menigeen zal volgen. Als je interesse heb, meld je gewoon aan en kom een kopje koffie drinken.
Met een eenvoudige kennismaking is het christelijk geloof ooit begonnen.
Wij hoorden in onze eerste schriftlezing Petrus daarover spreken. “U weet wat er in heel Judea gebeurd is…” hoe Jezus in de kracht van de heilige Geest weldoende rondging, mensen genas van hun demonen, wat Hij voor mensen deed; hoe Hij aan het kruishout werd geslagen en hoe God Hem op de derde dag deed opstaan en hoe Hij weer was verschenen, contact zocht opnieuw met zijn leerlingen.
Het christelijke, katholieke geloof is een geloof van ontmoeting.
God heeft contact met ons gezocht door zijn profeten en uiteindelijk zelfs door zijn Zoon,. Een heel waagstuk om de meest geliefde, de Zoon te zenden. God is een en al verrassing. Hij gaat voorbij aan onze menselijke planningen en statistieken. Hij blijft contact zoeken met u en mij, of je wieg nu in een katholiek milieu stond of in een niet-godsdienstig, onkerkelijk gezin.
Vandaag vieren wij dat zelfs de dood de Zoon van God niet kon tegenhouden om weer contact te zoeken.
Hoe is het ooit begonnen?
Een vrouw, een leerlinge van Jezus, Maria Magdalena die Jezus’ graf bezoekt. Tot haar ontzetting zag zij een open graf, de steen weggerold.
De volkomen verrassing.
“Zij rende”, staat er.
Zij zoekt de twee belangrijkste leerlingen van Jezus op.
Twee mannen, twee enorm verschillende karakters.
Petrus: de gevallen leider, die uit angst voor zijn eigen hachje Jezus heeft verloochend.
Johannes die gebleven is, met Jezus’ Moeder stond bij het kruis.
Uiteindelijk komt het goed. Jezus zal Petrus vergeven, omdat deze leerling diep gegaan is met zijn spijt, zijn berouw. Er komt geen proces. Jezus zal hem alleen maar vragen of Petrus Hem liefheeft. Dat is genoeg. Echte liefde kan vergeven.
Petrus gaat meteen het graf binnen. Hij is een man van snelle daden.
Johannes blijft nog even buiten staat. Hij is de man die rustig beschouwt, en dan pas naar binnen gaat.
“Hij zag en geloofde.”
Dat is toch wel heel bijzonder. Wat was er nu helemaal te zien?
Een leeg graf. Nou ja, er waren wel de doeken waarin Jezus bij zijn begrafenis gewikkeld was en de zweetdoek, op een andere plaats opgerold. Maar dat is nog geen bewijs dat Jezus leeft. Dat bewijs bevindt zich in het hart van Johannes, in het hart van Petrus en in het hart van u, van jou en van mij. Geef ik mij gewonnen, vertrouw ik mij toe aan deze God die ons verrast, die ook in onze dagen contact zoekt met mensen?
“Zoek wat boven is, zegt Paulus ons in de tweede lezing…richt je gedachten op wat boven is, blijf niet steken bij wat op aarde is.
Mogen wij zoekers blijven naar God, naar Jezus, naar zijn levende lichaam, de kerkgemeenschap.
Mogen wij ons laten vinden door de verrezen Heer!
Alleluia!
Amen!
pastoor Nico van der Peet
[1] Hand., 70, 34a. 37-43; Kol. 3, 1-4; Johannes 20, 1-9























