Preek Paaswake 4 april 2026

6 april 2026

Verkondiging Paaswake in de Sint Jansbasiliek, 4 april 2026[1]

Maria Magdalena en de andere Maria kwamen naar het graf kijken en wel na de sabbat. Die heilige dag van het volk van Jezus, het joodse volk, eindigt na zonsondergang in de zaterdagavond. Op het uur dus waarin wij zijn samengekomen in deze donkere basiliek. In onze katholieke liturgie staat de donkere kerk als symbool van het lege graf.

Wat hebben deze twee vrouwen uit het gezelschap van Jezus bij het graf te zoeken? Dat vraagt ook de boodschapper, de engel zich af: “wees niet bevreesd”, zegt hij, “want ik weet dat u Jezus zoekt, die gekruisigd is. Hij is niet hier.”

Nee, wij kunnen niet bij het graf blijven staan, bij de dood, de verstikkende duisternis. Het is godgeklaagd dat er in onze wereld zoveel troosteloze duisternis is die door de wil van mensen blijft voortbestaan, in Iran, in Gaza en aan de westelijke Jordaanoever, Libanon, Oekraïne. De rij graven is onafzienbaar. Dat is geen natuurwet, dat is door mensen, door generaals, premiers en presidenten zo gewild, uitgedacht, vaak slecht overdacht; tot diepe ellende van weerloze burgers, tot in Jeruzalem – stad van vrede is haar naam – waar de kardinaal-bisschop van die stad zelfs het graf, de heilig Grafkerk niet mocht bezoeken.

Die gang naar het graf moet wél gebeuren. Wij kunnen de dood van Jezus, de dood van onze geliefden en van alle gestorvenen niet ontkennen of verdringen. Dat zou geestelijk ongezond zijn. Wat die vrouwen in het evangelie doen is heel juist, zinvol, liefdevol, ja teder. Maar dáár is Jezus, de Gekruisigde niet. Het is goed dat zij gekomen zijn, maar zij moeten ook weer weg van het graf, de broeders, de bange apostelen zeggen dat zij naar Galilea moesten gaan.

Jezus heeft het tijdens zijn laatste dagen zelf gezegd: “Ik zal u na mijn verrijzenis voorgaan naar Galilea,”[2] – waar het allemaal ooit begon, waar Hij was opgegroeid, zijn eerste leerlingen had geroepen, de eerste genezingen had verricht, Gods koninkrijk had verkondigd en in praktijk gebracht. Daar moesten zij weer heen gaan. Verleden wordt toekomst.

De vrouw luisterden naar de stem en gingen snel weg van het graf, de duisternis, het gebied van de dood. Zoals vanavond in onze basiliek de duisternis niet lang heeft geduurd. Wij zijn geroepen om te leven in het licht, op te staan en de verrezen Heer te ontmoeten, in zijn woord, in de doop, in de eucharistie.

Dat doen wij allen vanavond. Dadelijk wordt het nieuwe doopwater gezegend. Wij zullen worden ondervraagd over ons geloof. Wij hernieuwen onze doopbeloften, het gezegende water zal over ons neerdalen.

Drie gelovigen in ons midden zullen naar voren treden, hun geloof belijden, het heilig doopsel ontvangen: volwassen mensen, een vrouw en twee mannen.

Beste En, Richard en Willem, ik feliciteer jullie met jullie stap, jullie geloof, jullie ontmoeting met de opgestane Heer.

Zo gaat het in onze tijd met de geloofsgemeenschap. Talloze kerken worden gesloten, tot begrijpelijk verdriet van velen, omdat het volksgeloof, het massale katholicisme voorbij is. Al die gesloten of te sluiten gebouwen staan voor een periode die voorbij is, een soort lege graven, waar zeer weinigen naar toe komen.

Er is alleen maar toekomst voor het geloof als wij, die met niet meer zoveel zijn, een persoonlijke ontmoeting hebben met de verrezen Christus. Zie maar naar die twee vrouwen uit ons evangelie. “En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei: ‘Gegroet.’ Zij gingen naar Hem toe, grepen zijn voeten en aanbaden Hem.”

Zij aanbaden Hem, dat betekent dat zij Hem, die gekruisigd en gestorven was, herkenden. Zij bewijzen Hem goddelijke eer. Zij ervaren dat Jezus de dood heeft overwonnen.

Veel kerken moeten sluiten. Maar steeds meer jongeren, volwassenen komen tot geloof. Er ontstaat een nieuwe gemeenschap van mensen die persoonlijk hebben gekozen voor Jezus, voor God die Hem heeft opgewekt uit de dood, die u en mij, ieder van ons wil opwekken uit een ingeslapen geloof; die wacht op ons totdat wij Hem, zoals de vrouwen in het evangelie en zoals onze dopelingen, tegemoet gaan, Hem herkennen, zijn voeten omklemmen en Hem aanbidden.

“Wees niet bevreesd,” zegt de verrezen Heer tot de vrouwen.

Nee, de gelovigen moeten niet bang zijn. Zoals onze paus niet bang was toen hij op Palmzondag de aanstichters van oorlog en geweld moedig de les las, omdat zij zeggen in naam van God oorlog te mogen voeren. Wij allen hebben hun godslastering gehoord.

De laatste woorden van Jezus bij het laatste avondmaal waren:

“Weest niet bevreesd, Ik heb de wereld overwonnen.”[3]

Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

[1] Matteüs 28, 1-10

[2] Matteüs 26, 32

[3] Johannes 16, 33

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!