Preek 21/22 februari 2026

23 februari 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 21/22 februari 2026

Eerste zondag in de Veertigdagentijd[1]

 

De veertigdagentijd, woensdag begonnen met de boeteliturgie, waaronder het askruisje, de mens, u en ik in al zijn broosheid en sterfelijkheid, begint bij het begin: Adam en Eva in de tuin.
Adam, dat betekent: mens. Eva: de moeder van alle levenden.

Zo had de Schepper het voor zich gezien en gerealiseerd: de mens wonend in een tuin. De aarde als een tuin. O, mocht dat toch weer waar worden.
In mijn vorig leven had ik acht hoog, een balkonnetje. Daar kon ik van genieten. Nu mag ik regelmatig door een zeer royale tuin lopen, zoals zoveel Laarders met hun prachtige tuinen. Het is goed toeven in zo’n tuin. Adam en Eva mochten genieten van alle vruchten en gewassen.
Ze hoefden zich nergens voor te schamen, zelfs niet voor hun onbedekte lichamen.

Áls zij maar maat weten te houden, bescheiden, ja nederig zich mens zouden leven en zich niet grensoverschrijdend zouden gaan gedragen. Die éne voorwaarde bleek en blijkt toch te moeilijk. Ons nieuws is er nog vol van: mensen, mannen vooral die de ultieme grenzen overgaan, vrouwen minachten, over haar willen beschikken als over tijdelijke gebruiksvoorwerpen.
Mensen ook die een land, appartementsgebouwen, simpele woningen van gewone mensen, elektriciteitcentrales in flarden schieten, in bittere vrieskou. Zie de mens.
De tuin kan in heel korte tijd een woestenij worden.

In de moeilijke tweede lezing schrijft Paulus over diezelfde Adam.
Wórdt het nog een iets met Adam, met de mens?
Hij schrijft: “zoals het door de misstap van één (Adam) tot veroordeling van alle mensen is gekomen, zo ook komt het door de rechtvaardigheid van één (Christus) voor alle mensen tot rechtvaardigheid van leven.”
Er is een tweede Adam gekomen, Jezus Christus.
God heeft die arme mens, die leven moest buiten die verrukkelijke tuin en rondzwierf op eigen kompas, zonder zinvol doel, ingaand op elke verleiding die zich aanbood, – weer bij de hand genomen door zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

Op Pasen worden in ons land velen gedoopt, ook in onze parochie zijn er drie volwassenen die zich voorbereiden ook de doop. Zij zijn voor ons een voorbeeld. Heel bewust zoeken zij naar God en naar Jezus, die zij ontdekt hebben als de Mens die hun leven richting en redding brengt.
Wij die allang gedoopt zijn bereiden ons met hen voor op Pasen. Wij doen dat door de veertigdagentijd te vieren. De oude Israëlieten trokken veertig jaar door de woestijn, op weg naar het beloofde land. Jezus woonde veertig dagen in de woestijn. Hij werd beproefd door de duivel.

Ook wij houden deze tijd van veertig dagen. Dit jaar valt deze samen met de ramadan. Mede door onze moslim-landgenoten hebben ook christenen weer aandacht gekregen voor het vasten. De moslims beleven deze intens, om daarmee aan zichzelf en aan anderen te laten zien dat zij trouw zijn aan God en aan de geloofsgemeenschap; dat zij er met hart en ziel bij horen en Gods wet willen gehoorzamen.

Ons vasten is anders. Het is één van de middelen om op te gaan naar Pasen. Even belangrijk zijn de innerlijke bekering, het gebed en de solidariteit met en de steun aan onze naasten, zieke, arme, eenzame mensen. Ook is onze veertigdaagse vasten anders, omdat het ons voorbereidt op Pasen. Het is een tijd van toeleven naar ons grootste feest: de opstanding van Christus uit de dood, onze eigen opstanding tot een nieuw leven. Dat geldt bijzonder voor de dopelingen , maar voor ons allen is het een krachtige herinnering en bewustwording van onze eigen doop.

Veertig dagen verblijft Jezus in de woestijn. Hij heeft echt gevast, staat er, dag en nacht. En dan, wij herkennen dat wellicht, wanneer je heel kwetsbaar en hongerig bent geworden om welke reden ook, dan komt de verleider.
Op de markt van de godsdienstigheid is van alles te krijgen. Influencers slaan ons met hun adviezen om de oren. New Age, alweer heel oud, blijft ons verleiden.

Ook Jezus krijgt het verduren. De goden van het materialisme (brood van stenen), de machtsdrang, gedraag je als een god. De duivel is zelfs zo slim dat hij heel vroom bijbelverzen citeert, uit psalm 91 (de psalm van deze zondag): “Aan zijn engelen zal Hij omtrent u een bevel geven en zij zullen u op hun dragen, opdat gij uw voeten niet zult stoten aan een steen.” Zo probeert de duivel Hem in de val te lokken, opdat Hij zich laat neerstorten.

Jezus heeft alle verleidingen van de duivel weerstaan. Nu is het aan ons om onze rug recht te houden: rechtvaardig, barmhartig, gelovig en liefhebbend te leven.
Totdat wij de tuin weer in mogen, de tuin van Pasen, waar het graf leeg zal zijn en de nieuwe Adam, de verrezen Heer ons wil ontmoeten.
Eindelijk bevrijd. Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

[1] Genesis 2, 7-9+3, 1-7; Romeinenbrief 5, 12-19; Matteüs 4, 1-11

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!