Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 14/15 februari 2026
zesde zondag door het jaar (Quinquagesima)[1]
foto: beato Angelico, de Bergrede
Komende woensdag is het aswoensdag, een van de twee voor katholieken verplichte vasten- en onthoudingsdagen (ook Goede Vrijdag van het lijden en sterven van Jezus).
Wij kunnen het ons haast niet meer voorstellen, maar twee generaties geleden schreef de kerk pijnlijk nauwkeurig voor wat je wel en niet mocht eten en drinken in de veertigdagentijd van aswoensdag tot Pasen.
Een moment uit ons gezinsleven herinner ik mij: als gezin gezeten rond de tafel, mijn moeder voorlezend van een velletje papier, uitgedeeld in onze parochiekerk, waarop alle regels en voorschriften op een rijtje waren gezet. Mijn ouders waren niet krampachtig in het naleven van de regels, maar zij hielden zich er wel aan, met een zekere ontspannen, devote lichtheid. Zij voedden ons niet angstig, wettisch, bangelijk op. De regels waren een middel om met blijde verwachting en aangename spanning op te gaan naar het grote doel: Pasen.
Vandaag hoorden wij het indrukwekkende commentaar van Jezus op de Wet van Mozes, de Tora: voor joden, dus ook voor Jezus, het eerbiedwaardige monument van het Woord van God.
Tora, leidraad, richtingwijzer. Bij een ANWB-bord moet je niet stilstaan, dat brengt je juist in beweging, onderweg naar het doel. ‘Let niet op mij, maar op de weg die ik je wijs.’
Jezus hield van de Tora, de Wet van God. Hij zegt ons vandaag: “Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten op te heffen…, maar om die te vervullen.” Later zal Hij, stervend op het Kruis, uitroepen: “het is volbracht.”[2]
Hij had de Wet, het Woord van God een nieuwe volheid gegeven.
Sterker nog, Hij belichaamde die Wet met heel zijn leven, zijn lichaam en zijn bloed. In Hem was het Woord vlees, méns geworden.
Vandaag hoorde u zijn royale uitleg van de Wet. Daarop moet je niet beknibbelen, zoals ook wij als het even kan met een ruim, royaal hart onze veertigdagentijd zouden moeten beleven, niet volgens de letter van de voorschriften, maar nog iets méér: met je hart, rekening houdend met het doel van de voorschriften: Jezus navolgen op zijn weg naar Jeruzalem, door lijden en dood naar een nieuwe opstanding; loskomen van mijzelf en mijn zuinige geloof en afgemeten liefde.
U hoorde de verschillende voorbeelden die Jezus geeft.
Je zult niet doden.
Ook al heb ik mijn hele leven nooit iemand gedood, maar als ik regelmatig vertoornd ben, in vuur en vlam sta van woede, haat, nijd, jaloezie, dan heb ik me wel keurig aan het gebod en aan de wet gehouden, maar dan ben ik een onmogelijk mens met wie vaak niet te leven valt en sta ik mijlenver van Jezus, van God af en mijn naaste.
Jezus spreekt ook over de huwelijkswetgeving. Wie zo weinig heeft geïnvesteerd in zijn relatie dat hij of zij verveeld en begerig naar een ander kijkt, die heeft hij het eigenlijk al opgegeven met zijn partner. Het gaat niet om een precieze onderhouding van het verbod op verstoting van je vrouw of man, maar om de opdracht alles van jezelf te geven om het goed te hebben met elkaar en juist in tijden van crisis elkaar op te zoeken, aandacht te geven, te luisteren, je uit te spreken, hoe moeilijk dat ook kan zijn.
Uiteindelijk, hoorden wij Jezus zeggen, kun je strafbaar zijn met het ‘gehenna van vuur.‘
De gehenna was ooit dichtbij Jeruzalem de plaats van heidense offers en van een soort vuilnisbelt. Pas op dat je leven daar niet terecht komt, zegt Jezus, op die plaats van verlatenheid, isolement; dat je je leven niet vergooit en jezelf en de andere niet beschouwd als een object dat je bij het oud vuil zet. Soms wordt met ‘gehenna’ ook de hel bedoeld, waar de grootste ellende is dat je losgesneden bent van je naaste en van God.
Word niet zo’n mens. Zoek het verbond, de verbinding met God en je naaste.
Uw woord ‘ja’ moet ‘ja’ zijn en uw ‘nee’ ‘nee’.
De plechtige eden en beloften en de foto op het bordes. Het ziet er mooi en verheven uit en dat is het ook.
Maar dan begint het pas.
Zoals bij het ja-woord bij je huwelijk of je beloften bij de wijding.
Daarna moet je het -in navolging van Jezus – nog inhoud geven, met vallen en opstaan.
Dan mag je dit ja-woord op een steeds rijkere en rijpere manier volheid geven, – totdat uw en mijn woord is volbracht.
Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Ecclesiasticus 15, 15-20; 1 Korintiërs 2, 6-10; Matteüs 5, 17-37
[2] Johannes 19, 30























