Verkondiging in de Sint Jansbasiliek,
Openbaring des Heren, 3/4 januari 2026.[1]
Wijzen, magoi, magiërs uit het Oosten.
De traditie is hen als koningen gaan beschouwen en heeft hun aantal bepaald op drie, omdat er sprake is van drie gaven, waarover ik dadelijk nog iets zal zeggen.
Zij hebben een ster gezien aan de hemel, maar zij oriënteren zich op de aarde en worden zelfs zo aards en nederig dat zij voor het Kind door de knieën gaan. Sommigen vinden dat te veel van het goede, te heftig, dat knielen. Maar u hoort: het heeft oude papieren. De wijzen van deze wereld gaan door de knieën voor dit Kind, de mensgeworden wijsheid van God.
Wij mensen zitten verlegen om wijsheid.
Jesaja hoorden wij zeggen: “duisternis bedekt de aarde, het donker ligt over de volken.”
De duisternis van de dwaasheid regeert onze aarde, de volken, het doordrijven in eigen gelijk, het onwankelbare geloof in de eigen opvattingen, in spierballen-politiek. Velen luisteren niet meer naar de ander, zij verwachten niet in dat in zijn of haar woorden iets van wijsheid schuilt. Velen willen alleen nog maar gelijkgestemden horen, willen alleen nog maar gelijk krijgen en willen liever geen inzichten van anderen leren.
Zo niet bij deze wijzen uit het oosten. Zij verlaten huis en haard om bij andere mensen, in een ander land te zoeken naar wijsheid.
Zij gaan in Jeruzalem te rade bij bijbelkenners, nota bene op aangeven van Herodus, een wreed vorst, maar die wel wist naar wie je moest luisteren om echt te weten wat wijsheid was. De bijbelkenners veroorzaken de beslissende wending in ons verhaal. De wijzen moesten niet zoeken in het rijke, voorname, hooggelegen Jeruzalem, maar in het eenvoudige, laaggelegen, nederige Bethlehem, geen stad van koningen die zich met hun ellebogen omhoog hebben gewerkt, maar stad van herders, die zich ontwikkelen tot koning. Het is de wereld op zijn kop. Niet in de hoofdsteden moet je wijsheid, toekomst, God zoeken, maar in de marge, aan de rand van de samenleving waar geen mens zoekt.
Behalve dan die wijzen uit het oosten. Zij kijken naar de hemel naar die ster en vinden op aarde de ware koning, die – pas geboren – al vervolgd wordt door die andere koning, Herodes. Eigenlijk gaat het op Driekoningen over twee koningen. Zo gaat het in onze tijd nog steeds. Zoals in de hele mensengeschiedenis staan ook wij voor de keuze. Kiezen wij voor Herodes (en zijn hedendaagse opvolgers) of voor Christus.
Dan die drie geschenken, veelzeggende cadeau’s die zij niet aan de voeten van Herodes in Jeruzalem hebben neergelegd, maar aan de kribbe van het Kind.
Goud, het geschenk voor de koningen. Je ziet dat wel bij ontmoetingen tussen vorsten, presidenten en pausen: dat zij kostbare geschenken geven aan elkaar; als blijvende herinnering van hun ontmoeting. Met die geschenken laten zij zien hoe belangrijk zij zijn en zij geven het ook met het doel van de ander iets gedaan te krijgen. Ik geef jou iets opdat jij mij iets teruggeeft. Maar deze wijzen geven zij aan een weerloos Kind, dat niets terug kan geven. Zij geven als het war zichzelf, zomaar, gratis, zonder iets terug te verwachten,. Dat is pas een echt geschenk.
Wierook: een gave die je alleen maar verbrandt voor God, tot een geurig offer maakt voor Hem. Dit Kind is de Zoon van God, voor alle tijden geboren uit de Vader, nu geboren uit de maagd Maria op aarde. Wierook is het teken van ons gebed. Geen gebed om iets af te dwingen van God, maar zomaar uit liefde.
En mirre, dat gebruikt werd voor de doden. Nu God in het menselijk vlees is verschijnen kan Hij ook lijden, mede-lijden met ons, met u en mij. Hij is niet langer hoogverheven, op veilige hoogte en afstand gebleven boven ons menselijk lijden, onze sterfelijkheid. Integendeel, Hij neemt dit op zich.
Vandaag bidden wij dat wij zo wijs mogen worden, dat de volken en hun leiders zo wijs mogen worden als die wijzen uit ons evangelie. Zij knielen niet neer om er beter van te worden, rijker, maar om er innerlijk wijze, liefdevolle mensen van te worden. Laten wij niet langer neerknielen voor de macht en de rijkdom, maar met hen onze rijkdommen wegschenken aan de meest weerlozen van deze wereld en laten wij met de wijzen uit het oosten neerknielen voor deze God die zo weerloos is geworden als een kind.
Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Jesaja 60, 1 – 6; Efeziërs 3, 2 – 3a. 5 – 6; Matteüs 2, 1 – 12























