Preek Nachtmis 24/25 december 2025

29 december 2025

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, Laren

Nachtmis van Kerstmis, 24/25  december 2025[1]

 

Zusters en broeders, beste mensen,

Zo vieren wij dan Kerstmis, het feest dat het duizelingwekkende geheim viert dat God is mens geworden, geboren uit een jonge vrouw uit Nazareth, als een kind ontvangen door de timmerman Jozef. In alle eenvoud en in menselijke warmte en liefde is Hij geboren, begroet, in doeken gewikkeld, nota bene in een kribbe, een voederbak voor dieren, in een verblijf van de dieren, omdat er geen plaats was voor de Zoon van God in een huis, een gastenverblijf, een herberg.

Zo vieren wij dan Kerstmis in dit Huis, in dit Huis van God, dat hier honderd jaar staat, in een dorp, op een plaats waar al honderden jaren mensen hun Godshuis betreden, zondag na zondag.

Op een beeldschoon schilderij van Gijs Bosch Reitz, in het Singermuseum, zie je hoe in de negentiende eeuw een enorme menigte de voorganger van deze parochiekerk, de Waterstaatskerk, verliet, honderden mannen en vrouwen die de Heilige Mis hebben bijgewoond, trouw zondag na zondag en niet weinigen dag na dag. Zo, door de kerkgang van vele generaties kan hier dit Godshuis bestaan, waar wij vanavond/vannacht met honderden samenkomen.

Honderd jaar staat hier deze kerk, dit Godshuis dat wij heel trots en met een zeker air ‘de basiliek’ mogen noemen.
Op tweede kerstdag sluiten wij het eeuwfeest af. Wat zijn we dankbaar voor het succes van dit feest.
De concerten, de lezingen, de evensongs en festivals, het optreden van onze dorpsgenoot, Ad Visser, de onvergetelijke Lichtjesavond in de met kaarslicht verlichte basiliek en de jubileummis op 26 oktober werden door zeer vele parochianen en andere Laarders  en velen van buiten massaal bezocht.
Wat zijn we dankbaar.
In de jubileummis werd dit nieuwe altaar en deze ambo gewijd door onze bisschop. Vorige week was de directeur van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed op bezoek, voor de presentatie van het prachtige jubileümboek, dat ik u graag aanraad te kopen en te lezen. Zij sprak haar bewondering en vreugde erover uit dat wij dit gedaan hebben: een nieuw altaar laten oprichten voor de eredienst in deze basiliek.
Zij kent alle monumentale kerken in Nederland. Vrijwel nergens durft een parochie het aan iets nieuws te laten ontwerpen en verwezenlijken. Men is op zijn best met pijn en moeite bezig te behouden wat men heeft.
Maar iets nieuws? Dat zie je nergens, maar wél, zo zei ze mij met verwondering en vreugde, in Laren!

Dit altaar, zusters en broeders, beste mensen, dit nieuwe altaar is een teken van vertrouwen, van hoop en verwachting, dat dit Godshuis een toekomst heeft, dat in de tweede eeuw van haar bestaan deze basiliek bezocht, gevuld zal worden door u, gelovige mensen, door u, zoekende en soms twijfelende mensen. Dat vraagt van u allen en van mij inzet, engagement, durf, om tegen de stroom van onze geseculariseerde tijden op te roeien en met elkaar zo vaak als mogelijk een gemeenschap te vormen, hier samen te komen.
Als wij dit niet doen en intensiever doen dan zullen we de tweede eeuw niet volmaken. Dan zal dit Godshuis een zoveelste verlaten kerk worden, op zijn best gebruikt als concertruimte af en toe of iets dergelijks, als er dan tenminste dan exploitant gevonden kan worden.

Op dit Kerstfeest wens ik u en mijzelf toe dat het zover niet zal komen: dat dit Godshuis en dit huis van mensen door u, ouderen, door u, mensen van middelbare leeftijd en ook door jullie, jongeren bezocht zal blijven worden, misschien wat aarzelend, vragend, twijfelend (‘is dit wel cool?’).

Misschien zoals de herders uit het Kerstverhaal van zojuist. In de lucht werd een verhaal gefluisterd en gezongen van boodschappers/engelen: er is een plek waar gesproken en gezongen wordt van hoop en redding, dáár moet je heengaan.

En de herders deden het. Herders waren niet van die vrome mensen. Zij kwamen van nature niet in gebedshuizen. Zij waren in geen velden of wegen te bekennen. Sorry, zij waren op de velden, bij hun kudde schapen. Je zag ze niet in stad of dorp. Maar nu gáán ze, naar dat Godshuis in Bethlehem, in die stal, die door de geboorte van Jezus was omgevormd tot huis van de Zoon van God. Laten wij gaan zien wat daar geschied is, laten wij gaan zien naar dit woord dat daar vlees, mens geworden is. Et ‘videamus’, zingt het koor, ‘hoc verbum quod factum est.’

Moge dit vleesgeworden, mensgeworden Woord van God, dit Woord van vrede, humaniteit, liefde en hoop-op-een-leven-in-vrede deze nacht en in heel ons leven, in ons vlees worden, gestalte krijgen. Laten wij zijn levende Lichaam, zijn kerk vormen.

Van harte wens ik u een zalig Kerstfeest!

pastoor Nico van der Peet

[1] Jesaja 9, 1-3.5-6; Titus 2, 11-14; Lucas 2, 1-14

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!