Preek 31 jan./1 feb. 2026

2 februari 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek,  31 januari/1 februari 2026,

vierde zondag door het jaar.[1]

Deze week las ik de volgende zinnen:

“De zaligsprekingen van Jezus zijn nieuw en revolutionair. Ze vertegenwoordigen een model van vreugde die in tegenspraak is met wat gewoonlijk door de media en de gangbare wijsheid wordt doorgegeven. Een wereldlijke manier van denken vindt het schandelijk dat God één van ons werd en aan een kruis stierf! Volgens de logica van deze wereld worden degenen die Jezus zalig/gelukkig noemt als nutteloos beschouwd, als ‘losers’. Wat wordt verheerlijkt, is succes tegen elke prijs, de arrogantie van macht en zelfbevestiging ten koste van anderen”.

Het zijn woorden van paus Franciscus zaliger gedachtenis, uitgesproken op een wereldjongerendag, enkele jaren geleden. Maar hóe actueel: de arrogantie van macht en zelfbevestiging ten koste van anderen.” De logica van God versus een wereldlijke logica, die nog steeds gangbaar is, vaak ook in kerkelijke middens. De losers worden door Jezus, door God de winnaars, zij worden gelukkig, zalig geprezen. Iedere mens, uit een rijk of uit een arm milieu, mag in de leerschool van Jezus haar of zijn innerlijke rijkdom ontdekken en leren hongeren en dorsten naar gerechtigheid, leren het onrecht verduren en zich verheugen en juichen om het loon in de hemel.

Jezus is als een meester de berg opgegaan, als een echte joodse leraar die de wet van God uitlegt en actueel maakt voor zijn tijdgenoten. “In die tijd, toen Jezus de menigte zag.” Die menigte waren mensen uit alle windstreken, uit gebieden die niet bij geloofsgemeenschap van Israël hoorden, uit het half-heidense Galilea en orthodoxe gelovigen uit Jeruzalem en omstreken. Vlak voor ons evangelie lees je dat Hij begaan was met velen van hen die heftig te lijden hadden. Hij had ze getroost, op de been geholpen, naar hen geluisterd, hen door zijn liefde genezen.

Maar dat is niet genoeg. Wie bij Jezus wil horen moet niet alleen naar Hem toegaan wanneer hij of zij Hem nodig heeft, voor een gebedsverhoring. Maar vooral moet hij of zij bij Hem zijn, naar Hem luisteren. Jezus geneest niet alleen, nee: het hoogtepunt is het onderricht. Hij gaat dan ook hoog zitten, als een echte leraar die overal te zien en te horen is. Hij zit daar hoog op de berg als een nieuwe Mozes, de leraar van Israël. Nadat het volk onder zijn  aanvoering bevrijd was uit de ellende van Egypte, gaat hij de berg Sinaï op. Nu moeten zij de wet leren, een leidraad ontvangen voor hun leven, zelfstandige, zelfbewuste mensen, gelovigen worden, niet alleen maar smekend of bedelend om een gave, een verhoring, een gunst.

Zoals het ging in mijn basisschoolklas. De hele week kregen wij les in rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis. Allemaal uiterst nodig en nuttig. Maar zijn nut en noodzaak heel het leven?  Nee, onze meester had de heerlijke gewoonte op vrijdagmiddag het boek te sluiten en een verhaal te vertellen. Dat was het sublieme uur van de week. In zo’n verhaal, uit het hoofd verteld, liet hij zichzelf zien, wat hem bewoog, waar hij gelukkig van was. Hij deelde de gaven van zijn hart aan ons uit. Ik kan me niet één verhaal meer herinneren. Maar die intens vertellende man zie ik nog voor mijn geestesoog zitten en is voor mij een voorbeeld gebleven.

Zoiets gebeurt daar op de berg: Jezus opent zijn heilig Hart voor de menigte en voor zijn leerlingen. Daar hoog verheven verzamelt hij de meest eenvoudigen: de armen, de treurenden, de zachtmoedigen, diegenen die smachten naar gerechtigheid, de ont-rechte mensen van onze wereld, toen de onderworpen volken, zoals het volk van Jezus, nú de van de koude verstijfde en uitgemergelde mensen van Oekraïne en Gaza; de barmhartigen, die het niet kunnen aanzien dat kinderen van straat worden geplukt en geïnterneerd, gezinnen uiteengerukt in gewone buurten; de mensen die ondanks alle narigheid in hun leven een zuiver hart, een pretentieloze geest hebben bewaard; de mensen die vervolgd worden. Wat een eindeloze massa ongelukkigen. Jezus, de Meester, maakt van deze massa een gemeenschap, Hij laat hen zijn hart zien, Hij geeft les in menselijk leven, in gerechtigheid en vrede. Je bent niet alleen gedoopt en gelovig om een privé-gunst, een persoonlijke gebedsverhoring te ontvangen, maar ook om je in te zetten voor het rijk der hemelen, een rijk van gerechtigheid, liefde en waarheid.

Laten wij ons daarover verheugen en juichen! Amen.

pastoor Nico van der Peet

 

[1] Sefanja 2,3; 3, 12-13; psalm 145; 1 Korintiërs 1, 26-31; Matteüs 5, 1-12a

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!