Preek 24/25 januari 2026

26 januari 2026

Verkonding in de Sint Jansbasiliek te Laren, 24/25 januari 2026
Derde zondag door het jaar[1]

Zijn kerk begint met vissers.

De leiders van de wereld maken zich groot. Zij leggen hun wil op aan de mensen, soms zonder acht te slaan op recht en wet, en als het moet met geweld.

Jezus is nog maar pas door Johannes gedoopt en Hij heeft veertig dagen doorgebracht in de woestijn. Daar had Hij zich teruggetrokken om te onderzoeken wat er in Hem leefde, hoe en waartoe Hij geroepen was en om zich te laten beproeven. Zoals ieder van ons dat onderzoekt of ooit onderzocht heeft; zoals ieder van ons beproefd kan worden en de vraag mag en moet beantwoorden: waartoe ben ik geroepen, bestemd en voor wie?

Zijn woestijnretraite is nog maar net voorbij of Hij verneemt het verschrikkelijke nieuws: Johannes de Doper is overgeleverd, gevangengezet, monddood gemaakt.
Nu nog monddood maar straks morsdood, onthoofd. Zo gaan de leiders van de volken te werk. Even denk je: er kan iets nieuws gebeuren, iets van hoop, bekering, vergeving, zoals Jezus en vele anderen hebben ondervonden aan en in de Jordaan. Maar dan wordt die nieuwe beweging de nek omgedraaid. Er staat dan ook dat Jezus uitweek naar Galilea, ver weg van het machtscentrum Jeruzalem. Terug naar het land van zijn jeugd. Niet uit nostalgie, zoals u en ik wel weer eens door de straat, het dorp of de stad van onze jeugd willen wandelen, met herinneringen aan een gelukkige jeugd of peinzend over minder gelukkige dagen en tijden, hopend op enig inzicht, verwerking. Nee, voor Jezus geen ‘sentimental journey’: Hij moet uitwijken, wegwezen, vluchten. Het lot van Sint Jan zou ook het zijne kunnen worden. Maar nu is het nog niet zijn tijd en uur. Het doet denken aan de vlucht van het Kind met zijn ouders naar Egypte. In zijn land was Hij niet veilig. Hij heeft het harde lot gedeeld van ontelbare vluchtelingen, vroeger en ook weer in onze dagen. Mensen die moeten uitwijken.

Maar Jezus gaat niet terug naar het huis, naar Nazaret, de stad van Maria en Jozef. Hij gaat wonen een stuk verder, in Kafarnaüm. Dat was niet zomaar een onschuldig pittoresk stadje, maar een belangrijke plek aan een handelsroute naar Syrië, Damascus, een grensplaats met veel vreemdelingen, handelaars, met alle grensverkeer en grensgangers van dien. U hoorde het: het evangelie ziet daar een bijbelse vervulling in. Jezus ging wonen aan de rand: “Land van Zebulon, land van Naftali, zeeroute, overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen…volk dat in duisternis zit.”
Maar Jezus gaat geen arme, in duister gezeten mensen bekijken, Hij leeft op dit moment Zélf in duisternis. En daar in dat land van duisternis gaat zijn licht op.

Wat doet Jezus? Na het bedreigende debacle van zijn voorbeeld en achterneef Sint Jan laat Hij Zich niet verslaan, maar maakt Hij een nieuw begin.
“Van toen af begon Jezus te verkondigen: ‘Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij.’”
Dat hadden wij al eerder gehoord. Ook Johannes riep op tot bekering, door de doop van bekering, die ook Jezus heeft ondergaan. Jezus staat niet te roepen op het tempelplein van de hoofdstad, Hij begint zijn openbaar leven aan de rand van het land, in het niet zo nette, niet zo burgerlijke Kafarnaüm.

Zijn kerk begint met vissers. Zij leefden letterlijk aan de rand, bij het Meer, een uithoek van het land. Zij leefden maar met één been in de burgermaatschappij, verder waren zij op het water, het fraaie Meer van Galilea (wie er ooit was vergeet het nooit meer), het Meer dat in een ommezien kon omslaan van een kalme watervlakte tot een toneel van levensgevaarlijke stormen boven onpeilbare diepten.

Zulke mensen roept Jezus. Daarmee begint Hij zijn nieuwe gemeenschap, die wij nu kerk noemen. Wij, kerkleden van de 21ste eeuw, mogen ons dat realiseren. Zoals de apostelen, de vrienden van Jezus, leven ook wij met één been in de wereld en zijn wij als het goed is ook een beetje buitenstaander, niet helemaal opgaand in de wereld, op een zekere, kritische afstand; en tegelijk enorm begaan met de wereld, dus niet voor haar op de vlucht; onze onzekere wereld, die soms wel een beetje op een diep, gevaarlijk stormachtig meer lijkt.

Zo staan wij vandaag oog in oog met de roeping van Jezus. Hij roept u en mij tenmidden van alle onzekerheden van ons leven, of je nu oud bent, middelbaar of jong. Hij brengt ons bij elkaar zoals wij bijvoorbeeld hier nu zijn. Hij roept u, jou, mij, in welk grensgebied, in welke storm ons leven ook verkeert, in welke onzekerheid onze wereld ook is terechtgekomen, ook in tijden waarin leiders van de wereld zich groot maken en hun wil opleggen aan mensen, aan ons die zich als machteloze toeschouwers kunnen voelen.

Zijn stem klinkt, waarin de Stem, de wil van God klinkt, die menselijkheid verlangt, vrede en recht en die uiteindelijk de wereld zal overwinnen en vrede geven. Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] Jesaja 8, 23b-9,3; i Korintiërs 1, 10-13.17; Matteüs 4, 12-23

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!