Preek 2/3 augustus 2025

4 augustus 2025

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, Laren en de Sint Vituskerk, Blaricum. 2/3 augustus 2025
Achttiende zondag door het jaar[1]

foto: Christus alles in allen, Michelangelo, Sixtijnse kapel

 

“IJdelheid der ijdelheden…alles ijdelheid”, wat zoiets betekent als:
‘Lucht en leegte,
alles is leegte.’

Op deze niet erg opvrolijkende woorden trakteert de liturgie ons deze zondag.

 

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb wel eens van die momenten, gelukkig niet voortdurend, maar soms is het er, staat het voor me: lucht en leegte, de tevergeefsheid van het bestaan.
Het boek Prediker, een bondig wijsheidsboek uit het oude testament, (sommigen zeggen van de hand van koning Salomo, die in zijn jonge jaren heel wijs was, en later helaas een oude dwaas, die het einde voelde naderen en erop los ging leven)
– dit boek Prediker is er een meester in om ons die lege, vergeefse kant van het bestaan voor de voeten te werpen.

Zeg nu niet: dat is iets van het oude testament, in het nieuwe wordt alles mooier en hoopgevender.

Ook Jezus spaart ons niet. Ook Hij spreekt over de gebakken lucht van de mensen, en over hun leegte.
Wij horen vandaag die man uit Jezus’ gelijkenis in zichzelf spreken.
‘Ik blijf maar bouwen, scoren, oogsten; mijn targets stel ik steeds hoger en verder.
Om – wanneer de buit, opgeslagen in hoge, ruime schuren, binnen is – heerlijk te gaan genieten.’

Mag een mens, mag een christen dan niet genieten?
Zeker wel, nergens lees ik een verbod op genot.
Maar wij horen vandaag wel deze woorden:
“Zo vergaat het iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.

Schatten voor zichzelf.
Dat is opvallend bij die man in Jezus’ verhaal, gelijkenis: die succesvolle man praat met niemand, alleen met zichzelf.
Je kunt hem letterlijk ijdel noemen. Hij kijkt alleen maar in de spiegel, naar zichzelf. Ja, hij praat in zichzelf.
“Dan zal ik tot mijzelf zeggen…rust nu uit, eet en drink en geniet ervan!”

Hij lijkt op veel hedendaagse mensen en misschien ook wel eens op mijzelf. Het individu wil alles uit het leven halen.
Het leven als een sinaasappel die je tot de laatste druppel uitperst, want de tijd is kort en het einde is nabij.
Een leven zonder perspectief op  – laat ik het grote woord maar gebruiken – de eeuwigheid.

In het klein en op wereldschaal zien we waar dit toe leidt. Regeringen en volken laten zich leiden tot groepsegoïsme.
De armen, de vreemdelingen, die omdat de inhoud van onze volle schuren maar niet mensenlijk verdeeld wordt, komen aankloppen om een beetje voedsel en onderdak, – zij zijn een last voor onze ontplooiing. De aarde, de natuur, het klimaat die zich steeds meer doen gevoelen in droogte, overstroming en storm, is ons een middel tot welvaart en overvloed. Volle schuren en daarop een slot, daaromheen een hek waar geen buitenstaanders meer bij kunnen komen.

Jezus spreekt nog over een andere welvaart en overvloed: ‘rijk zijn bij God.’
Moeten wij dan denken aan de hemel? Zeker, lijkt me.
Maar niet alleen. Wij kunnen ook denken aan de aarde.
We bidden het Jezus dagelijks en ook straks weer na: “uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”
Een rijkdom die erin bestaat net alleen in jezelf te praten, maar met elkaar te gaan spreken, elkaar op te zoeken, de vreugde van het samen zijn te delen. Zeg maar de vreugde en overvloed van de bruiloft van Kana, waar het gewone leven een feest wordt, het sobere water van alledag tot wijn van overvloed aan samen delen en schenken.
Zoals wij hier in elke eucharistie oefenen en vieren. Dat het hier op aarde al mag gaan zoals in de hemel.
Christus heeft het ons voorgaan en blijft ermee bezig: Zichzelf te geven voor het leven van de mensen, zijn Lichaam en zijn Bloed.

De apostel Paulus in onze tweede lezing spreekt over de oude en de nieuwe mens.
“U hebt de oude mensen met zijn gedragingen afgelegd en u bekleed met de nieuwe mens…naar het beeld van zijn Schepper.”

Paulus lijkt te hinten op het doopsel. Na de doop, de afwassing van de oude mens die alleen met zichzelf bezig is en de zalving met de heilige Geest, die ons met Jezus, de Gezalfde verbindt, wordt de dopeling het doopkleed opgelegd, bekleed met de nieuwe mens. Die genade van het nieuwe mens-zijn is al op ons en in ons neergelegd. Nu moet die nieuwe mens-zijn nog tot uiting komen.

Paulus maakt het heel concreet: “dan is er geen sprake meer van Griek of Jood; besnedene of onbesnedene, barbaar (dat wil zeggen vreemdeling) of Skyth (Skythen waren zeer gewelddadige strijders), van slaaf of vrije mens,” uitgestegen als wij zijn boven onze goed afgesloten en ommuurde schuren. “Daar is alleen Christus, alles in allen.”

Mogen de lucht en de ledigheid van ons bestaan gevuld worden, verwarmd, vernieuwd door de genade van ons doopsel. Mogen we die weer ontdekken en royaal beleven. Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] Prediker 1,2; 2, 21-23; Kol. 3, 1-15. 9-11; Lucas 12, 13 – 21

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!