Preek 26/27 juli

28 juli 2025

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, Laren

Zeventiende zondag door het jaar,  26/27 juli 2025[1]

 

 

Wat kan bidden toch moeilijk zijn!

In de tijd van Abraham en in onze tijd. Wie het wereldnieuws volgt: het huilen van de kinderen van Gaza dat ten hemel schreit, en het stille verdriet van de vrouwen van Tigray, Ethiopië, gruwelijk geschonden door militairen, is met stomheid geslagen. Kan mijn, ons gebed iets betekenen?

De lezingen van vandaag bieden een leerschool van gebed.

Luister naar Abraham: “Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring.”

Inderdaad, het bidden van Abraham is vrijmoedig, hij dringt aan, hij is opdringerig, hij laat zijn God niet los.
Hij werkt God zelfs op zijn gevoel, ja, hij leest de Eeuwige de les: “Dat kunt u toch niet doen: de rechtvaardigen met de boosdoeners laten sterven.”

Ja, in deze wereld leven rechtvaardigen en boosdoeners naast elkaar. Wie zal ze uit elkaar houden?
Er wordt hard geweld gebruikt om de boosdoeners, bijvoorbeeld van 7 oktober 2023, te straffen.
Maar die boosdoeners wonen in dezelfde straat als de onschuldige rechtvaardige kinderen en hun ouders en grootouders.
Dat kun je toch niet doen, hen samen laten omkomen?

Abraham herinnert God aan zijn rechtvaardigheid. De Heer doet het dan ook niet.
Omwille van tien rechtvaardigen zal Hij die steden Sodom en Gomorra sparen. Hij zal al die boosdoeners dulden omwille van slechts twee handen vol rechtvaardigen. In de taal van de bijbel heet dan minjan. Tien rechtvaardige gezinshoofden zijn het minimum om verder te kunnen gaan met de opbouw van een menselijke samenleving. Nog steeds kan in een synagoge de dienst pas beginnen als er tien gelovige, rechtvaardige gezinshoofden aanwezig zijn. Ooit woonde ik zo’n dienst op zaterdagmorgen bij: we moesten een half uur wachten totdat ze er waren.

Abraham leert ons: ons gebed mag vrijmoedig zijn, lastig, aandringend. De lezing ging ons bijna vervelen: de bidder, Abraham gaat maar door.
Hij laat God niet los. Abraham bidt niet voor zichzelf. Hij bidt voor andere mensen, kwetsbare mensen. Hij is niet bezig met zijn eigen voordeel.
Daarin kan ons gebed ontaarden: dat u of ik alleen met zichzelf bezig is. Wat er ook gebeurt om mij heen, als mijn wensenlijstje maar wordt verhoord. Abraham leert: als wij bidden voor anderen en als die anderen dat ook doen dan krijgen wij een menselijke samenleving, waarin mensen naar elkaar omzien, elkaar redden, in naam de rechtvaardige God. Geen egocentrische individuen maar mensen die voor elkaar opkomen.

Het loopt niet goed af met Sodom en Gomorra. Er waren geen rechtvaardigen meer. Dat waren welvarende steden, die alleen voor zichzelf kozen, de vreemdelingen waren er niet veilig, vertelt het boek Genesis.
Zij werden aangegeven en nog erger. Alleen de neef van Abraham, Lot en zijn gezin zouden gered worden.
Maar niet zijn vrouw: zij keek om, kon die welvaartsstaat met al zijn onrecht niet loslaten.

Jezus is onze leraar van gebed. Hij leert het Onze Vader aan zijn apostelen. Zij zien Hem bidden en zij willen het ook leren.
Mijn ouders hebben mij nauwelijks iets verteld over het gebed, hun gebed. Maar ik heb hen wel zien bidden. Dat is beslissend in de geloofsopvoeding.
En natuurlijk God leren aanspreken als Onze Vader. Niet alleen mijn Vader, maar onze Vader.
Bidden doe je niet altijd alleen, de geloofsgemeenschap is nodig.

Ook in het verhaal van Jezus gaat het er niet heel pieus, vroom aan toe, Ook hier: onbescheiden aandringen. Bidden vraagt met andere woorden geduld. Die man die de verhoring moet brengen ligt lekker te slapen, hij wil niet gestoord worden. Maar je mag op zijn deur kloppen. Totdat diegene die iets te geven heeft zich losscheurt van zijn slaap en zijn bed en je hoort en verhoort. Bidden vraagt geduld. Je legt je leven in de handen van de ander, van God.
Wij kunnen Hem niet voorschrijven hoe Hij ons moet verhoren. Wij kunnen het alleen maar in vertrouwen in zijn handen leggen, het aan Hem voorleggen en bidden dat Hij een weg aanwijst.

In het evangelie is sprake van twee gebedsverhoringen.
Ten eerste het brood. Drie broden: die man die erom vraagt vraagt het – juist als Abraham – niet voor zichzelf maar voor een vriend.
Brood: ‘geef ons heden ons dagelijks brood.’ Geef ons genoeg voor deze dag, om deze dag door te komen. Wij vragen niet om levensverzekeringen maar om voldoende om te leven. Denk hierbij ook aan het gewijde brood van de eucharistie, de heilige Communie, die ons sterkt voor ons leven. Daarom herhalen wij het ook wekelijks of zelfs dagelijks.

Ten eerste brood. De tweede gave vinden we in de laatste zin: de Vader zal zijn Heilige Geest geven aan wie erom vragen.
Die hebben wij nodig om te leren inzien wat de goede weg is, wat menselijk is, wat rechtvaardig is.
Opdat de menselijke samenleving niet te gronde gaat aan boosaardigheid, opdat de geschonden kinderen, vrouwen, en alle kwetsbare mensen recht gedaan zal worden.
Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] Genesis 18, 20 – 32; psalm 138; Kolossenzen 2, 12 – 14; Lucas 11, 1 – 13

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!