Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 19/20 juli 2025
zestiende zondag door het jaar[1]
Gastvrijheid is het thema van de lezingen. Een begrip dat onze samenleving bezighoudt, waarover wordt gediscussieerd tijdens verjaardagsfeestjes en in het parlement. Velen zien gastvrijheid als een groot goed, anderen willen er niet meer over horen.
Gastvrijheid vraagt iets van je. Wie wel eens enkele dagen gasten in zijn huis ontvangt weet ervan mee te praten.
Jouw overzichtelijk leventje wordt erdoor overhoop gegooid. Je stelt de beslotenheid van je vertrouwde ruimte en routine open voor de gasten.
Dat vraagt veel van je maar het geeft je ook veel, vaak onverwachte gaven en uitzichten.
De eerste lezing schetst ons de gastvrijheid van Abraham en Sara, een echtpaar op leeftijd. Zij wonen nog steeds in een tent.
Hun neef Lot heeft het beste land gekozen bij de Jordaan, waar hij in overvloed kan wonen, zij het in een welhaast onmenselijke, harde, materialistische maatschappij. Grote welvaart heeft een prijs.
Abraham en Sara leven op onvruchtbare, woestijnachtige bodem. Hun leven stagneert.
Zij konden geen kinderen krijgen, terwijl de Heer hun nageslacht had beloofd, talrijk als de zandkorrels aan het strand van de zee.
Er is niets van terecht gekomen. Zo gaan hun dagen in de zinderende hitte van de woestijn voorbij. Een leven vol stille teleurstelling.
Dan doemen, in hun teruggetrokken bestaan waar nooit iemand langskomt, out of the blue drie mannen op.
Hoe reageren Abraham en Sara?
Zonder aarzelen ontvangen zij hun gasten op vorstelijke manier. Er wordt brood gebakken, een mals kalf wordt bereid.
En wat meer is, Abraham is een en al aandacht voor zijn gasten.
Geen gastheer die zijn gasten alleen maar overlaadt met zijn welvaart, maar er ook voor hen is, een al al oor en hart.
Om niet, geheel gratis geeft hij zijn huis en haard en bovenal zichzelf aan zijn gasten.
En dan, opnieuw geheel onverwacht en zo maar, uit genade gegeven, is daar de belofte: “over een jaar kom Ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.”
Hun gastvrijheid transformeert hun steriel bestaan. Het is nauwelijks te geloven.
Even later lees je dan ook dat Sara er een beetje om moet lachen. ‘Zal ik, oude, onvruchtbare, een kind krijgen, een toekomst?’
Haar kind, Isaak, zal daarnaar genoemd wordt. Zijn naam heeft te maken met het werkwoord lachen.
Met Gods trouw en toekomst valt niet te spotten. Een mens, een samenleving die open en gastvrij is, heeft toekomst.
Anders wordt zij oud en onvruchtbaar, in zichzelf gekeerd en afwerend, al het vreemde, nieuwe schuwend en wegduwend, wegsturend.
Ons evangelie spreekt over Maria en Marta, twee zussen. Het Johannesevangelie vertelt dat Jezus in hun huis een graag geziene gast was.
Zij hebben ook een broer Lazarus, die door Jezus zal opgewekt worden tot nieuw leven.
Jezus is steeds onderweg. Je krijgt de indruk, als je het evangelie leest, dat Hij geen vaste verblijfplaats bezat.
Hij was als een pelgrim onderweg naar zijn Stad, Jeruzalem, Stad van vrede.
Onderweg zoekt Hij gastvrijheid en ontvangt die bij die twee gastvrije vrouwen.
De positie van de gast is kwetsbaar. Zal men geduld met hem hebben, krijgt hij iets voorgezet?
Jezus zegt ergens: ‘al geef je hem maar een glas koud water, dan zal jouw beloning je niet ontgaan.’[2]
Marta is een voortreffelijke gastvrouw. Zij reddert, kookt, dient. Zij is met veel dingen bezig, druk, druk, druk.
Zoals onze tijdgenoten en misschien wij ook wel.
Dat het kerkbezoek niet groter is, heeft daarmee ook wel te maken. Mensen maken zich druk over veel dingen en komen aan het ene niet toe.
Wat is ‘dat ene’ waarover de Gast, Jezus, spreekt?
Het staat er niet expliciet. Je moet er een beetje naar raden. Maar het moet te maken hebben met de aandacht die Maria geeft aan Jezus.
En ja, wat wil een mens, wat wil een gast anders dan aandacht?
Hoe vaak hoor ik het niet in spreekkamer van de pastorie, nadat ik heb voorgesteld koffie of thee te zetten: ‘nee, geeft u maar een glas water.’
‘Dat is genoeg,’ hoor ik mensen, gasten denken, ‘dan heb ik tenminste tijd om te praten, om gehoord te worden.’
‘Slechts één ding is nodig,’ leert Jezus ons vandaag.
Wij hoeven Hem niet te overstelpen met onze woorden, onze offers, onze verontschuldigingen.
Wij hoeven alleen maar aan zijn voeten te zitten, te luisteren naar zijn Woord, aan te zitten aan zijn tafel, het brood van het leven met Hem te delen, uit zijn hand te ontvangen.
Gastvrijheid. Dat ene maakt een mens tot medemens, maakt ons samen leven vruchtbaar, open voor kinderen, de toekomst, open voor de gast die zich bij ons aandient in welke gedaante dan ook.
Tenslotte: de bijbel gelooft dat die drie mannen die bij Abraham en Sara zich aandienden, God Zelf representeren.
En de christelijke traditie ziet in die drie de drie-ene God, Vader, Zoon en heilige Geest.
Maria en Marta ontvingen de Zoon, die Gast wilde zijn in onze wereld.
Laten wij Hem gastvrij ontvangen in ons leven, hier aan dit altaar en in onze medemensen die onze aandacht vragen. Amen.
pastoor Nico van der Peet
[1] Genesis 18, 1-10a; Kolossenzen 1, 24-28; Lucas 10, 38-42
[2] Matteüs 10, 42























