Preek 14/15 maart 2026

16 maart 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, 14/15 maart 2026
 Laetare (Verheugt u) vierde zondag Veertigdagentijd[1]

‘Een stevige militair hebben wij nodig in deze tijd,’ moet de profeet Samuël hebben gedacht, toen hij een vorst voor het volk moest zoeken. Een stevige vent die boven alle anderen uitrijst, zoals eerder Saul, heel lang, een man die overwicht uitstraalde. Maar de lengte van het lichaam zegt niet zo veel (zeg ik uit ervaring).

Het was slecht afgelopen met de goed bedoelende koning Saul.
Je moet niet afgaan op voorkomen of rijzige gestalte, hoorde Samuël de Heer zeggen. Na de presentatie van zes stevige zonen werd het de herdersjongen David, niet erg sterk, niet erg lang, maar hij hád iets, dat van bínnen kwam, heldere, mooie ogen, een zorgzaam, scherpzinnig type dat de schapen, het volk bijeen kon houden. Geen vechter maar een herder.

Of zoals een grote dichteres het ooit opschreef:
De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

Zij schreef dit vers in 1918, toen Europa na vier jaren bloedige, meedogenloze oorlog de ellende overzag. Wij, de mensen zouden beter naar haar moeten luisteren en naar de stem van God, die door Samuël spreekt. Zachte krachten.
Over twee manieren van zien gaan het: de buitenkant zien, de lengte, de spieren, militaire macht en het zien met het innerlijk, het hart.
Ook al zijn onze fysieke ogen gezond toch kunnen wij blind zijn.

In ons wederom lange evangelie zit een blinde man langs de kant van de weg, blindgeboren. Nooit heeft hij de schoonheid van de aarde, de mensen gezien. Nooit ook heeft hij de schone schijn van mensen gezien.
Ooit zat ik met een blinde jongeman in een coupé in de trein op weg naar Lourdes. Ook hij blindgeboren. Al die drukke, opgewonden mensen, gezonden en zieken kon hij niet zien noch de fraaie landschappen die aan ons voorbijtrokken. Maar meer dan vele anderen was hij aanwezig, alert, alles horend en geestelijk aftastend, pogend jou te leren kennen aan de hand van je stem, je intonatie, aan je handdruk voelend wie jij bent, hoe jij bent. Velen zijn zo begoocheld door alle beelden, indrukken, input dat zij niet echt zien.

Uiteindelijk wordt die blindgeborene ziende. Jezus stuurt hem op weg naar genezing. Maar ook wie Jezus is ziet hij als enige. De ziende mensen wijzen Jezus af. Hij schikt zich niet naar hun systeem, hun rigide beleving van de wet, de voorschriften. De zienden hadden de blinde allang afgewezen.
‘Het zal jouw karma wel zijn, hij of zijn ouders hebben gezondigd, een milieu dat niet deugt. Eigen schuld dikke bult.’
Dat betekent dat zij zich perfect wanen, van goeden huize, de elite, die neerziet op de zondaars. Zo zit die blinde daar maar, langs de kant van de weg, in de marge.
Tot die ene ontmoeting met Jezus.

De simpele openingszin van ons evangelie, waar je zomaar overheen zou lezen, is prachtig:
“In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af.”
Iedereen gaat voorbij, behalve één: Jezus ziet in zijn voorbijgaan de man en hoort wat de maatschappij, zelfs zijn eigen leerlingen over hem zeggen en daarmee de man kansloos maken.
Jezus komt in actie. Hij raakt de man aan, legt de vinger op de zere plek (we weten het: dat alleen al kan je genezen), bestrijkt zijn blinde ogen met iets van Zichzelf, zijn speeksel.
Maar dan houdt Hij op.
De ogen zijn nog niet genezen.
Nee, Jezus stuurt de man naar het water, niet zomaar water, maar de vijver van Siloam, een soort religieus bad.
Met onze begrippen: Hij stuurt de man naar de doopvont.
‘Ga u wassen, word ziende,  word een nieuwe mens.

Daarom lezen wij dit evangelie onderweg naar Pasen. Jezus ziet u en mij langs de kant van de weg zitten met onze machteloosheid, ons verleden, onze zorgen en pijnen en raakt ons aan, Ga je wassen, door de doop, de vergeving, de Communie.

Van een zielige, gemarginaliseerde man wordt hij tot geloofsverkondiger.
Hij ziet scherper dan al die vooringenomen, in hun eigen ogen vrome mensen. Zij dachten zichzelf te kunnen verlossen; dat zij sterk en stoer waren in leven en geloof.
Maar nee, niet mijn, jouw zelfingenomen kracht kan u en mij redden, maar de zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind.
Dat moge u en mij en heel onze strijdende wereld ondervinden,
door Hem die voor allen het licht van de wereld wil zijn,
Jezus Christus onze Heer. Amen.

pastoor Nico van der Peet

[1] 1Samuël 16, 1b.6-7.10-13a; Efeziërs 5, 8-14; Johannes 9, 1-41

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!