Preek 10/11 januari 2026

12 januari 2026

Verkondiging in de Sint Jansbasiliek, feest van de doop van de Heer
10/11 januari 2026[1]

Een hele preek zou ik kunnen wijden aan dit ene, op het eerste gezicht eenvoudige zinnetje: “In die tijd kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan tot Johannes…”
Eenvoudige doch beslissende woorden. Hier zien wij de volwassen Jezus, rond de dertig jaar.

Wat deed hij sinds zijn geboorte in Bethlehem tot dit moment?
Wij weten dat Hij als twaalfjarige met zijn Moeder en Jozef naar Jeruzalem is gegaan, om te beleven dat Hij een mondig lid van Gods volk was geworden.
Heel verstandig had Hij gesproken met de oude heren van het geloof, de wetgeleerden, schriftgeleerden. Hij voelde zich in de tempel als in het huis van zijn Vader.
Een twaalfjarig kind kán dat beleven: weten: ‘hier moet ik zijn, hier ben en word ik wie ik geroepen ben te zijn.’

Je ziet het aan sommige kinderen, niet alle. Het hoeft ook niet, maar je kunt zo’n heel vroeg weten hebben. Zelf had ik het wel een beetje. Op mijn dertiende.
Tegen de stroom van de tijd in wist ik – zo goed als een kind het kan weten, zonder goede argumenten, maar intuïtief – ‘zo wil ik zijn, zoals een jonge priester in onze parochie, die gegrepen was door het bijbelverhaal, de liturgie, het bezig zijn met boeken en mensen.

Na die ervaring van de twaalfjarige of dertienjarige gebeurt er van alles. De scherpe intuïtie van het kind wordt bedolven onder indrukken, mogelijkheden, experimenten, tegenstemmen.
Totdat het door de volwassenheid, teleurstelling en de realiteit gelouterd, weer terugkomt bij zijn of haar vroegere, kinderlijke wéten.

Zo horen wij vandaag dat Jezus het ouderlijk huis in het noorden van het land, Nazaret, Galilea, verlaat en naar het zuiden reist, een lange voettocht van dagen, een soort pelgrimage naar de Jordaan. Een kleine, ondiepe, smalle rivier met een brede, diepe, grootste betekenis en geschiedenis.
Hier trok eeuwen eerder het volk na veertig jaar woestijn doorheen om het land van de belofte, het veelbelovende land te binnen te gaan.
Jezus gaat de traditie achterna. Ook Hij zal door het water trekken, de diepte ingaan, zich laten dopen.
Hij heeft het Zelf beslist, niet langer aan de hand van zijn ouders maar aan die van zijn voorouders, zijn traditie.
Hij heft het Zelf beslist, ook al vindt Sint Jan  dat Hij de doop niet nodig heeft. Johannes zegt: ‘ik zu door U gedoopt moeten worden.”
En zo is het ook. Wij hebben de doop van Jezus nodig, zijn diepte, zijn diepgaan, om niet aan de kleinmenselijke oppervlakte te gaan leven.
Maar nee, Jezus wil afdalen in ons onzekere bestaan, Hij wil de doop ontvangen. Jezus gaat in het spoor van zijn voorouders het water, de Jordaan door.

Zoals in onze kortademige tijd met zijn korte geheugen, er weer mensen zijn, jongeren ook, die aanhaken niet bij hun ouders, die vaak geen aansluiting vonden bij de traditie van geloof, maar bij die van hun, onze voorouders, die zelf gedoopt waren en hun kinderen lieten dopen.

Zo doet Jezus. Hij heeft zich losgemaakt van het ouderlijk milieu en de streek van zijn jeugd en gaat een grens over. De Jordaan is immers de grensrivier.
Het feest van de doop van de Heer Jezus herinnert ons eraan dat ook wij zijn uitgenodigd weer de grens over te gaan.
Niet óp te gaan in deze wereld, onze gespannen cultuur, de onvoorspelbare, onnavolgbare internationale en landelijk politiek, de consumptiedwang, het digitale oerwoud, maar de diepte, de vernieuwing van de doop te zoeken, het gebed, de ogen op te slaan naar de hemel, waaruit ook voor u en mij de stem klinkt: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in wie Ik God, welbehagen heb.’

Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

 

 

 

[1] Matteüs 3, 13-17

Andere berichten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Vul onderstaand formulier in en we sturen jou de maandelijkse nieuwsbrief per mail toe!