Overweging op Paaszondag

12 apr Overweging op Paaszondag

Jesus Christ superstar. In de musical zingt Maria Magdalena het lied waarin zij haar onmacht uitdrukt: “Ik weet niet hoe ik zijn liefde moet beantwoorden, Hij is zo anders.” Een zo zuivere liefde, zonder enige berekening, is nieuw voor haar, maar brengt wel de ommekeer in haar leven. Vanaf dat moment volgt zij Jezus op zijn weg. Ook haar vinden wij onder het Kruis op Golgotha. Sterke vrouw.

Wanneer alles voorbij is, gaat zij op de eerste dag van de week vroeg in de morgen – het is nog donker – naar het graf. Zij ziet tot haar schrik dat de steen is weggerold. Snel brengt zij Simon Petrus en Johannes op de hoogte. “Wie heeft de Heer uit het graf genomen?”

De twee leerlingen snellen erheen; Johannes gaat het graf binnen, ziet de zwachtels liggen en de zweetdoek, opgerold op een andere plaats. Hij zag en geloofde. Johannes ziet op paasmorgen niet de opstanding, maar een teken van de opstanding, zoals een gebroken eierschaal in een inmiddels verlaten nest een teken is van nieuw leven.

Iets later ontmoet de nog zoekende Maria Magdalena haar Heer in de tuin. Aanvankelijk denkt zij dat het de tuinman is, tot Hij haar bij haar naam noemt.

Neeltje Maria Min dicht: “Noem mij bij mijn diepste naam, voor wie ik liefheb wil ik heten.”

Jezus vraagt haar de leerlingen te berichten:

“Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.” Zo wordt Maria Magdalena tot apostel, gezonden om het goede nieuws te brengen.

Het verstaan van Jezus’ Verrijzenis hebben de leerlingen gemaakt tot moedige getuigen, vervuld als zij waren van hoop en liefde.

Laat het aan de geloofsgemeenschap te zien zijn!

Gregorius van Nazianze, die leefde in de vierde eeuw, formuleert het zo:

“Laten wij Christus éren. Niet door Hem aan tafel uit te nodigen zoals in Kana, niet met balsem zoals Maria Magdalena, niet met een graf, zoals Jozef van Arimatea, niet met de benodigdheden voor de begrafenis, zoals Nicodemus, maar door bescherming te bieden aan de kwetsbaarsten op deze aarde, opdat zij ons, wanneer wij van hier heengaan, opnemen in de eeuwige woningen, in Christus, onze verrezen Heer.

pastoor Vriend