Overweging 2e zondag van Pasen

17 apr Overweging 2e zondag van Pasen

“Zolang ik in zijn handen niet de tekenen van de nagelen zie, zal ik zeker niet geloven” (Joh. 20, 19-31)

Vóórdat Jezus terugkeert naar zijn hemelse Vader, heeft hij nog iets te doen. Waar zijn zijn leerlingen, bevreesd en wel, als de dood eigenlijk? Hij wil hun ogen openen voor het geheim van Pasen, hun angst doorbreken. Hij komt als de Levende door de gesloten deuren heen en begroet hen met woorden van vrede. Hij toont hen de littekens opdat zij zich realiseren dat degene die temidden van hen staat dezelfde is als de gekruisigde. Opdat er licht in hun ogen komt.

Thomas, die ook wel Didymus genoemd wordt, is er niet bij. Didymus betekent tweeling. Kreeg hij die bijnaam omdat hij niet bij Jezus weg te slaan was? In elk geval wordt hij ons door de Evangelist getekend als de leerling die diep en trouw geloofde. Hij is de enige die zegt: “Laten wij met Jezus meegaan naar Jeruzalem om daar met hem te sterven.” Als geen ander zag hij met Jezus in waar het op uit zou lopen en sprak hij zijn bereidheid uit om mee de dood in te gaan. Het is ook Thomas die eronder lijdt wanneer Jezus zijn afscheid voorbereidt: Pijnlijk getroffen reageert hij op Jezus’ belofte dat de leerlingen zich later bij Jezus zullen voegen: Heer, wij weten niet waar Gij heengaat, hoe weten wij dan de weg?

Thomas was buiten geweest toen het gebeurde. Op straat was niets te zien, na Jezus’ dood was het oude leven verder gegaan, de markt, de drukte, de gezinnen: Alles was gewoon gebleven in de winkels, in de stegen, in de huizen. Op straat, onderweg, zeiden vrienden van Jezus: “Wij hadden zo gehoopt…” Golgotha was openbaar. Zou dan de Verrijzenis zich openbaren achter gesloten deuren?

Jezus is inderdaad verschenen tussen bevreesde mensen die zich hadden afgegrendeld. Maar Jezus komt door deze gesloten deuren heen, geeft zijn leerlingen een zending, roept hen zo naar buiten en rust hen toe met de Heilige Geest. “Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven.” Nieuw leven is
bedoeld voor allen.

Voorlopig kan Thómas alleen spreken over wonden en lijden. Dat is niet voor niets opgeschreven.

Thomas is in ons. Ook wij kunnen getraumatiseerd raken. Het verdriet heeft vele namen: angst, ziekte, dood, teleurstelling, onmacht, eenzaamheid, zorgen… Stokt het gebed op onze lippen? Is er een verder?

Voor Thomas is Jezus niet meer gaaf en ongedeerd. Jezus is een geblesseerde geworden. Zonder de tekens van het lijden is de Heer onherkenbaar.

Thomas weigert zich de gekruisigde af te laten nemen. Je kunt zeggen: Thomas was in de rouw en weigerde getroost te worden. Zoals Rachel, wenend om haar kinderen, niet getroost wil worden omdat zij niet meer zijn.

Soms is het voor mensen voor de hand liggender om te rouwen dan opnieuw te vertrouwen op leven en geluk. Want als je opnieuw gaat vertrouwen, dan kun je opnieuw worden teleurgesteld. Dat is een crisis die wij kennen. Soms hebben de kwetsuren die wij hebben ervaren de overhand.

Thomas was in de rouw. Hij hoort: Wij hebben de Heer gezien.

Thomas zegt: Ik ken alleen de wonden van de kruisiging.

Dan komt de Verrezen Heer binnen. Hij laat zijn wonden zien. “Thomas, jij zit vast in het verleden. Dat wordt niet ongedaan gemaakt. Het is er. Raak ze aan.”

Wonden zijn niet het laatste woord. Wonden worden tekenen. Beschadiging en heelheid gaan samen. De gesloten deuren worden geopend. De ongelovige wordt een belijder.

Thomas ziet niet alleen. Tegelijk heeft hij zijn weg gevonden. Vanaf nu onafscheidelijk van Jezus, zoals een tweeling, als Didymus. Vanaf nu kan hij zelf graankorrel zijn, stervend vruchtbaar, hen die lijden nabij, zondaars vergeving aanzeggend, de vreugde om de Verrezen Heer delend.

Beseft u, wie er door de gesloten deuren naar binnen komt met een groet van vrede?

pastoor Vriend