Vasten – De mens leeft niet van brood alleen

03 feb Vasten – De mens leeft niet van brood alleen

Het begrip vasten betekent voor veel mensen: zich onthouden van eten en drinken.

Zij hebben daar reden toe want het Evangelie verhaalt hoe Jezus de woestijn introk om daar veertig dagen te vasten. Door zijn ‘verleider werd hij daar op alle mogelijke manieren op de proef gesteld.

In navolging van Christus trokken vele kluizenaars met een mondvoorraad eten en drinken de wildernis in om te overleven. Maar wat betekent het begrip vasten voor ons in deze tijd?

“De mens leeft niet van brood alleen”, zegt Jezus in het Evangelie van Lucas tegen zijn verleider; “maar van alles wat uit de mond van God voortkomt”, voegt Matteus toe.

Nemen wij Jezus woorden in ons op dan stuiten wij op een hele eigentijdse betekenis van het begrip vasten, die meer is dan zich onthouden van eten en drinken.

In de vastentijd ondergaan wij een proces van onthechting die direct te maken heeft met ons eigen bestaan en de tijd waarin wij leven.

In de vastentijd zijn wij alert op alledaagse verleidingen, die ons van ons hoofddoel: de weg van Christus afleiden.

Tijdens de vastentijd worden we opmerkzaam voor de verschillende schijngestalten van zinloosheid in ons eigen leven, zoals kortstondige behoeften aan zekerheid en de vele vormen van verslaving en verstarring.

In de vastentijd proberen wij ons daaraan te onthechten om ons innerlijk vrij te maken. We worden opmerkzaam voor zinloosheid en vernietiging om ons heen. Wij staan stil bij alle tijdelijke vormen van macht en onderdrukking; we hebben oog voor gerechtigheid van ieder mens; we maken ons zorgen om natuur en milieu en de heelheid van de schepping. De afgoden en demonen van weleer hebben immers ook eeuwige kenmerken.

Door ons vrij te maken van weerstanden, in onszelf en om ons heen, volgen wij de weg van Christus.

Hij is de uitdrukking van een intens verlangen naar heelheid en harmonie en openbaart zich als wij ons zuiveren in een periode van vasten en beproeving.

Deze weg vindt ook zijn uiteindelijke rechtvaardiging in de bevrijdende boodschap van de opstanding.

Pastoor Vriend.