Overweging op Witte Donderdag

06 apr Overweging op Witte Donderdag

Vandaag op Witte Donderdag is Jezus voor het laatst bijeen met zijn leerlingen, zij vieren het joodse paasmaal. Jezus vat zijn Evangelie nog eens voor hen samen. Spreekt met hen over een nieuw verbond, over een nieuw uur van bevrijding. Hij bidt voor zijn leerlingen. Wil hen met zijn Geest bezielen, want ook zij zullen door moeilijke tijden heengaan, dat zij de juiste keuzes maken, ook dan. Zoals Hijzelf, die het lijden niet ontvlucht, maar trouw blijft aan zijn zending, tot op het kruis.

Johannes, wiens Evangelie vandaag wordt gelezen, vertelt ons het verhaal van de voetwassing tijdens dit paasmaal. In dit gebaar ligt eenzelfde teken van breken en delen verscholen als wanneer verteld wordt over het Brood en de Beker.

Petrus protesteert, waarop Jezus stelt: “Als je je niet door mij laat wassen, kan je geen deelgenoot van mij zijn.” Wanneer Petrus Jezus geen plaats in zijn leven geeft, zal hij niet kunnen delen in het leven dat Jezus te geven heeft. Petrus kan dit gebaar van zichzelf wegschenken niet aan, tot Jezus hem uitlegt wat hier op het spel staat: “Als ik, de Heer en Leraar, jullie voeten gewassen heb, moeten jullie ook elkaars voeten wassen.”

Jezus navolgen betekent: begrijpen dat wij christenen een reden van bestaan hebben als wij voor anderen leven, als wij ons bestaan opvatten als een dienst aan onze medemensen, als wij heel ons leven baseren op dit gegeven. In de Communio met Hem zoeken en vinden wij daartoe de kracht.

De nu heersende epidemie die zoveel lijden met zich meebrengt, onthult hoe velen zich met heel hun hart en al hun krachten inzetten om levens te redden en lijden te verzachten. Over trouw gesproken. Anderen zoeken naar wegen om het isolement van kwetsbare mensen draaglijk te maken. Liefde, solidariteit, maakt creatief. Indrukwekkend om te zien.

Paus Franciscus verwoordt het zo: “Op de pandemie van het virus willen we reageren met de universaliteit van gebed, mededogen, tederheid. Laten we blijk geven van onze verbondenheid
met de eenzaamste en meest beproefde mensen; onze nabijheid tot artsen, gezondheidswerkers, verpleegkundigen, vrijwilligers; onze nabijheid tot de autoriteiten die harde maatregelen moeten nemen, maar dan wel voor ons eigen bestwil; onze nabijheid tot de politieagenten die de orde proberen te bewaren, zodat de dingen worden gedaan die de regering ons vraagt te doen voor het welzijn van ons allemaal; nabijheid tot iedereen.”

Pastoor Vriend