Overweging Hemelvaart

20 mei Overweging Hemelvaart

Het was een tijd van schokkende ervaringen voor de leerlingen. De

man die zij gevolgd zijn, die hen leven schonk, perspectief wees…, gestorven aan een kruis; dat valt bitter tegen.

En hun afwezigheid in het uur van zijn lijden, zij ervandoor, schuil… dat valt nog eens bitter tegen.

 

Dan staat Jezus ineens in hun midden, stralend, met een groet van vrede. Hij heeft het niet over hun afwezigheid toen, toen hij vanaf het kruis rondkeek of hij hen zag.

 

En nu op deze dag wordt hij aan hun ogen onttrokken. In de Bijbel is een wolk niet zomaar een weerkundige werkelijkheid. Deze wolk is een symbool van God zelf. Jezus verdwijnt in een wolk zoals Mozes erin ging om God te ontmoeten. Dezelfde wolk die eens het teken was dat de ark van het verbond vervuld was van goddelijke aanwezigheid. De wolk die aanwezig was bij de verheerlijking op de berg Thabor.

 

De leerlingen zouden op Hemelvaartsdag wel méé willen die wolk in, net zoals Petrus op de berg Thabor drie tenten wilde bouwen. De engelen trekken hen aan hun voeten weer naar de grond toe. Zoals Jezus de berg Thabor afkwam het dal in, zo worden nu de leerlingen op weg gezet naar Pinksteren.

 

Jezus is weg.

Wat de leerlingen overblijft om van te leren, is de belofte dat Hij hen, voorafgaand aan de periode van het weerzien, de trooster en helper zal zenden, de H. Geest. Hun dankbaarheid zal hun droefheid overtreffen.

 

Herkennen wij dit: afscheid moeten nemen van iemand die ons dierbaar is, niet alleen als ervaring van ontgoocheling en droefheid, maar uiteindelijk ook: dankbaar voor wat je ontvangen hebt aan liefde en vertrouwen, aan zorg en belangstelling.

Afscheid nemen betekent hier: het begin van een nieuwe periode, hoopvol de toekomst tegemoet gaan, biddend wachten op de H. Geest.

 

Jezus is een nieuw bestaan begonnen als eerste onder vele broeders.

Intussen mogen wij hier de weg gaan die Hij gegaan is: te midden van een vaak harde realiteit als kind van God leven en handelen.

 

 

 

Wij hebben de getuigenissen van de leerlingen die Jezus ontmoet hebben na zijn dood. De nadruk komt te liggen op de woorden die Jezus tevoren heeft gesproken: de tekenen van Godswege moeten over de hele wereld zichtbaar worden, de machten van het kwaad bestreden. En ze hebben het gedaan, de eerste christenen.

 

En bij dat delen met elkaar van brood en zorgen, bij de helende nabijheid aan zieken, bij elk troostend of vergevend gebaar, bij de verkondiging van het Evangelie dus, hebben zij ervaren hoezeer Jezus’ geest met hen was.

 

Óók in ons dient Gods’ belofte tot leven te komen, opdat wijzelf anderen tot zegen zullen zijn. Laten wij dan, als de leerlingen om ons heen kijken tot wie hij ons zendt. God schenke ons daarbij van zijn heilige Geest.

 

 

pastoor Vriend