Overweging bij de 5e zondag van Pasen – Herder en hoeder

07 mei Overweging bij de 5e zondag van Pasen – Herder en hoeder

In een gesprek over de houding van de rk Kerk in Nederland tijdens de oorlog, vertelde ik over aartsbisschop de Jong, hoe hij inhoud gaf aan de woorden van Jezus uit het evangelie: “Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen”.

Aartsbisschop de Jong had gezien hoe enkele Oostenrijkse bisschoppen met het nieuwe regime hadden meegebogen. Dat zou hem niet overkomen. Op de Maliebaan waar hij woonde, wist hij zich spoedig omringd door allerlei nationaalsocialistische organisaties. Mussert was bijna zijn overbuurman. Dat weerhield hem er niet van in een bisschoppelijk schrijven te herhalen dat lidmaatschap van de NSB of het sympathiseren ermee, deelname aan de Sacramenten uitsloot.

Steeds weer opnieuw zou hij zijn stem verheffen, terwijl er permanent een koffertje in de gang klaar stond indien men hem wilde arresteren.

Hij protesteerde tegen de opheffing van de katholieke organisaties, met name de rk Werkliedenvereniging, tegen het wegvoeren van jongens en mannen om in Duitsland te werk te worden gesteld, tegen het breidelen van de katholieke pers; hij vaardigde pater Titus Brandsma af om alle katholieke redacties te verzoeken geen enkele nationaalsocialistische advertentie of artikel op te nemen.

Fel protesteerde hij tegen razzia’s en het wegvoeren van joodse landgenoten. Dit laatste herderlijke schrijven had tot direct gevolg dat alle katholiek geworden joden, 3500 in getal, uit kloosters en huizen werden gehaald en afgevoerd, zo ook Zr. Edith Stein in Echt en 4 broers monniken-trappisten uit Koningshoeven bij Tilburg.

Op Bevrijdingsdag 75 jaar geleden vond zijn secretaris de aartsbisschop gezeten achter zijn bureau met zijn hoofd in zijn handen. Hij leed in geweten veel onder de gevolgen van zijn optreden. Wie betaalden de tol, wie werden er allemaal gearresteerd?

Pastoor Snelder, na zijn emeritaat teruggekeerd naar Laren, vertelde hoe hij als kapelaan bisschoppelijke brieven uitdeelde na de Hoogmis, hoe hij werd gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel. Vanuit zijn cel hoorde hij op de gang zeggen dat ook Titus Brandsma was gearresteerd. Titus die in Dachau zou bezwijken.

Maar zwijgen was geen optie voor de aartsbisschop waar het Evangelie met voeten werd getreden, waar mensen hun politieke, sociale en religieuze rechten werden ontnomen, waar discriminatie en intolerantie de boventoon voerden. Daar vroeg hij zijn gelovigen trouw te blijven, verbonden te blijven met Christus, in zijn liefde te blijven en ook in deze moeilijke oorlogsomstandigheden vruchten voort te brengen die blijvend zouden zijn.

Waar rechtsbetrachting door de bezetter werd vervangen door rechts-verachting vroeg hij aan de gelovigen, en via hen aan alle mensen van goede wil, om niet mee te buigen.

 

pastoor Vriend