Overweging 6e zondag van Pasen – Een Getuigenis

15 mei Overweging 6e zondag van Pasen – Een Getuigenis

De apostel Johannes verblijft als balling op het eiland Patmos.

De nachtmerrie in zijn dagen is de romeinse overheersing die een bewind van onderhorigheid en leegroof verkoopt als vrede en veiligheid. Tegelijk worden de gelovigen voor wie Johannes zorgde, vervolgd, gemarteld, gedood.

 

Johannes ziet in een visioen de vernieuwing van de hemel en de aarde. God zal bij zijn volk wonen. “En de zee was niet meer”.

Niet de zee die hij voor zich ziet, maar de zee zoals die in de Schriften wordt verbonden met de plaats van het onheil, het donkere, chaotische duister.

Die zee, die macht zal haar kracht verliezen.

 

Het Jeruzalem van omhoog verschijnt, doordringend in onze werkelijkheid; Johannes beschrijft dit troostvolle visioen met woorden die hij ontleent aan de profeten: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Zacharia.

 

In het oorlogsjaar 1942 zoekt iemand hier in Laren bemoediging bij de beeldentaal van Johannes. Het gaat om de kunstschilder Frans Cornelis Hijmans, geboren in een joods gezin in Amsterdam, waar hij zijn opleiding krijgt aan de Rijksacademie.

 

In mei 1940, 22 jaar oud, vestigt hij zich in Laren bij zijn familie. Terwijl de demonie van de oorlog volop gaande is, en het netwerk, door de bezetter voor de joodse gemeenschap uitgezet, zich aan het sluiten is, schildert Frans op zijn onderduikadres aan het Raboes het visioen van het hemelse Jeruzalem, erbij vermeldend Openbaring hoofdstuk 21, en dateert jan/feb ’42.

 

Het schilderij bevindt zich op de pastorie, en ligt voor mij op tafel. Ik zie Johannes op een hoogte gezeten vanwaar hij een goed uitzicht heeft over de kustlijn en de landengten van Patmos. Johannes is hier nog jong, heeft de schilder zichzelf geportretteerd? Daar is de nieuwe stad met zijn poorten en torens, “als een bruid die zich voor haar man heeft getooid”.

 

Na verraden te zijn wordt Frans het jaar daarop, 16 november 1943, op transport gesteld naar Auschwitz-Birkenau. Nooit meer is iets van hem vernomen. Wat hij ons nalaat is zijn geloofsvisie dat het kwaad niet het laatste woord zal hebben. Aan alle demonie zal eens een einde komen.

 

Frans Hijmans zocht troost, en heeft zijn schildering ons tot bemoediging nagelaten.  Jaarlijks gedenken wij ook hem, op de avond van de vierde mei.

 

pastoor Vriend